Ga naar de hoofdinhoud
Printen

Ezechiël 33 : 7-11

Ezechiël als wachter aangesteld over het huis Israëls. Een uitwerking van de opdracht aan de profeet om wachter te zijn (Ez 3:17). Waar ik even dacht aan een vorm van sjamar, (een ‘sjomeer’ zoals de HEER, de ‘Bewaarder van Israël’, 6 x sjamar in psalm 121) vind je in deze Ezechiël teksten het Hebreeuwse tsofè. Wat is het onderscheid?
Tsofè heeft een sterke nadruk op waarschuwen (zie Ez 33 1-6), scherp kijken als een wachtpost, verkenner, en alarm slaan als er gevaar dreigt. Als een amber-alert, een sirene. Sjamar heeft de notie van zorgzaamheid, behoeden. De profeet moet waarschuwen! Alarmeren, want er dreigt gevaar! Hij moet duidelijk maken dat Israël zich moet omkeren om niet te sterven. Hoe staat het ook al weer in de Tora? Je bent verantwoordelijk voor elkaar! Als je iets verkeerd ziet gaan en je kunt waarschuwen maar doet dat niet, dan ben je zelf ook schuldig (Lev 5).
Want hoe makkelijk vliegen woorden je niet uit de mond, een onbezonnen eed als voorbeeld, het verhaal van Jefta. (Richt 11:4 e.v.). Die gelofte kostte Jefta zijn dochter, en had een oorlog tot gevolg. (Het strengste oordeel in dit verhaal velt de Talmoed over de hogepriester Pinchas, die alles in het werk had moeten stellen om Jefta’s dochter te redden. Als Pinchas Jefta had ontslagen van zijn gelofte zou de burgeroorlog niet hebben plaatsgevonden. Het oordeel van de midrasj is schrijnend: ‘Omdat de hogepriester kòn protesteren, maar liever zweeg, is het alsof hij de slachtoffers heeft gedood, nu er geen verzoening en vergeving kon plaatsvinden’.  Profetisch eerbetoon, Elie Wiesel p.103).

Nog een voorbeeld: de eed van koning Saul, in zijn strijd tegen de Filistijnen (1Sam 14:25 e.v.), niemand mag voedsel nuttigen. Saul dreigt zijn zoon te doden omdat hij honing eet, maar het volk neemt het op voor Jonathan en voorkomt dat. Je bent immers verantwoordelijk voor elkaar! Zo zijn er voorschriften (Deut 21) hoe je moet handelen wanneer in jouw stad / gemeente iemand is vermoord door een onbekende. Onder leiding van de priesters zullen de oudsten van de stad hun handen wassen en betuigen: onze handen hebben dit bloed niet vergoten, en onze ogen hebben het niet gezien. Doe verzoening over uw volk Israël dat Gij bevrijd hebt HEER, en leg geen onschuldig bloed in het midden van uw volk Israël  …. Met andere woorden: vergeef ons ons gebrek aan sociale verantwoordelijkheid.
Bloed is de ziel, het leven, en het roept tot God (Gen 4:10), je bent immers verantwoordelijk voor elkaar! Hoe vaak laat je niet je persoonlijke ‘ik’ prevaleren boven de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor elkaar. Letten op elkaars valkuilen en zo nodig waarschuwen is echt niet hetzelfde als dwangmatige sociale controle. Niet voor niets is de grote widdoej (schuldbelijdenis) in de Jom Kippoer liturgie de opsomming van àlle mogelijke zonden, die je àllemaal persoonlijk uitspreekt, van A – Z, van alef tot tav. Niet omdat je ze allemaal zelf begaan hebt, maar omdat je als mensen verantwoordelijk bent voor elkaar.

Medeverantwoordelijk voor ons gebrek aan sociale verantwoordelijkheid.
Hoe makkelijk vliegen de woorden je niet uit de mond als alledaagse cliché’s. Jouw vloek op mij, zegt Rebekka (Gen 27:13), jouw bloed over ons en onze kinderen, (Matt 27:25), maar van het vergieten van bloed zal rekenschap worden gevraagd, ook volgens woorden van Jezus (Matt 23 en Lukas 11),  profeten, wijzen en schriftgeleerden zullen er zijn!
Ezechiël werd als wachter aangesteld, als waarschuwer en oproeper tot omkeer, om terug te keren tot rechtvaardigheid. Want rechtvaardigheid is niet erfelijk, (Deut. 24:16 en Ez. 18:20), evenmin als onrechtvaardigheid. De ziel die zondigt zal sterven, maar het is een collectieve verantwoordelijkheid om elkaar te waarschuwen als het mis dreigt te gaan.

In het Nieuwe Liedboek is een lied van Ezechiël te vinden, lied 609.

Heleen Pasma, Joods-Christelijke Dialoog (2026)