Ga naar de hoofdinhoud
< Alle onderwerpen
Printen

Ik mag dat niet van mijn geloof

Een basisschool komt met een groep op bezoek in de synagoge. Veel scholen hebben zo’n excursie in het jaarrooster ingepland, in het kader van wereldoriëntatie, of van  godsdienstlessen, of algemeen cultureel erfgoed. De jongens en meisjes van groep 7 en 8 zijn nog op een leeftijd dat ze vragen stellen, en dat je met ze in discussie kan. Een leuke leeftijd. Je ziet wel verschil: de meisjes zijn vaak al in lengte omhoog geschoten, de jongens doen dat pas later.

Ik sta bij de deur de groep op te wachten, een gemengde groep van kleur en achtergrond. “Kalm aan jongens” waarschuwt de leerkracht. De jongens zetten op mijn verzoek – een beetje lacherig – een keppeltje op. Totdat er een manneke met donkere ogen fel naar me opkijkt, en met nadruk zegt: “Ik doe dat niet, zo’n ding opzetten, ik mag dat niet van mijn geloof!”. Hij kijkt me uitdagend aan met een blik van “zo, en wat wil je daar tegen doen”?

 Ik kijk hem in zijn donkere ogen, en zeg vriendelijk: “als ik bij jou in de moskee op bezoek kom, dan trek ik mijn schoenen uit, want dat is in de moskee de huisregel, het is een teken van respect!”. Zo te zien heb ik goed gegokt met die moskee, en ik ga verder: “… daarom vraag ik je vriendelijk om nu een keppeltje op te zetten, want dat is hier in de synagoge de huisregel, het is een teken van respect!”. Met een nijdig gebaar grist hij een keppeltje uit de mand, en plant dat op zijn hoofd.

De uitleg stuur ik die ochtend wat meer nog dan anders in de richting van overeenkomsten en gedeelde rituelen tussen jodendom en islam, zoals de wassingen, het halal respectievelijk het kosjer eten en zo voorts.

Bij het weggaan leggen de jongens hun keppeltje terug in het mandje, en als de weigeraar van het begin zijn keppel erbij legt, zeg ik zachtjes tegen hem  “dank je wel!”

Heleen Pasma, Een vrijwilliger vertelt (2022)

 

 

Inhoudsopgave