Het visioen van Rabbi Zvi Berliner
Deze overweging gaat over de verhouding jodendom – christendom door de jaren heen, over wat mensen gehoopt en gedroomd hebben, waar ze stuk liepen en waar ze, ondanks alles, de hoop bewaarden dat Jacob en Ezau elkaar opnieuw zouden kussen en huilen.
Het zijn bijzondere tijden waarin wij leven. Niet alleen vanwege het dagelijks nieuws dat ons onzeker maakt. We weten niet wat op ons afkomt. Donkere wolken hangen boven ons land, boven Europa, boven de wereld. Maar het is ook een bijzondere tijd wanneer we de afgelopen twee millennia in ogenschouw nemen, en beseffen wat er allemaal in die twintig eeuwen aan ons voorafgegaan is, én aan de vragen en zorgen die we tegenwoordig hebben.
Er bestaan in het Grieks twee woorden voor tijd. Chronos is de tijd die door de klok wordt aangegeven en die, ongeïnteresseerd in wat er op aarde gebeurt, doortikt, dag in dag uit, eeuw in eeuw uit. Het andere woord is Kairos, en dat betrkent dat het tijd is. Ik bedoel het unieke moment, dat je niet missen mag! Hét moment om te handelen, niet eerder, niet later, maar nú! Het is niet het moment om eens op de klok te gaan kijken hoe laat het is, maar om te beslissen. Nú is het zover! Nú is het … tijd, is het kairos!
Filosofen die hierover nadenken, gebruiken daarvoor het woordje kairologie. Maar in de kerk luisteren wij dan naar het woord van Jezus over de vijgenboom en zijn oproep om te waken en de tekenen des tijds te verstaan. Vandaag is de Advent begonnen. Adventus: dat wat komt, wat nadert, wat te gebeuren staat, wat je niet missen mag!
2.
Welnu, op deze vierde adventszondag neem ik u mee naar zo’n cruciaal moment in de héden-daagse geschiedenis. Een moment waarvan Jezus gezegd zou hebben: Pas op, wees waakzaam want jullie weten niet wanneer het tijd is’ (Marcus 13,33). Ik neem u mee naar een kairos-moment dat aan het einde van de 19e eeuw – dus al meer dan 120 jaar geleden – aangekondigd werd door Rabbi Naftali Zvi Berliner. Deze Wit-Russische rabbijn had een visioen waarin …
‘Joden en christenen
er door God toe zijn bestemd
om elkaars partners te zijn
en elkaar lief te hebben’.
Zvi Berliner was Joods genoeg om bij aartsvader Jakob te denken aan het volk Israël, en bij diens broer Esau aan de andere volken op aarde, met name aan de christenen met hun eeuwenlange anti-Joodse ideeën en opvattingen. Het is voor ons altijd even wennen als we zoiets horen! Maar Esau …, dat is in Joodse ogen eeuwenlang het christendom geweest, de gloriërende kerk met al zijn pracht en praal en anti-joodse prediking. Maar Rabbi Zvi Berliner voorspelde visionair een ándere tijd, – een tijd waarin Joden en christenen elkaar zouden omarmen en kussen, zoals het Jakob en Esau overkwam na jarenlange onenigheid en strijd, aan genezijde van de Jabbok.
3.
Oude Joodse boeken – en dan heb ik het over meer dan 1500 jaar geleden – oude Joodse boeken suggereren dat Esau medelijden gehad zou hebben met Jakob en hem daarom van ganser harte omarmde en kuste. Maar andere joodse stemmen spraken dat pertinent tegen. Het Hebreeuwse woord voor ‘elkaar kussen’ kan namelijk ook anders gelezen worden …
in plaats van: wa-jischa-keihu
kun je ook lezen: wa-jischa-cheihu
en dan staat er niet dat ze elkaar kussen, maar dat ze elkaar bijten. Dit is eeuwenlang de Joodse lezing geweest, – en dat is maar al te begrijpelijk als we bedenken hoe de Kerk al die eeuwen naar Joden en Jodendom gekeken heeft als een achterhaalde religie die alleen nog van belang was omdat zij de bibliothecarissen zouden zijn, de bewaarders van Gods Woord, van Tenach, het Oude of Eerste Testament. De verdere geschiedenis van het christelijk antijudaïsme bespaar ik u vanmorgen om aandacht te vragen voor het tegendeel ervan.
Rabbi Naftali Zvi Berliner draaide in 1800-zoveel de gebruikelijk polemiek tussen Jakob en Esau om. Hij riep op tot samenwerking en vriendschap tussen Joden en christenen: Esau heeft Jacob niet gebeten, – zei hij: Esau heeft hem gekust!
Esau snelde Jakob tegemoet, omarmde hem,
viel hem om de hals en kuste hem …
en zij huilden.
4.
Jehoshua Ahrens, hoofd van het centraal-europese Centrum voor Joods-christelijk Begrip en Samenwerking, zei enkele jaren geleden dat wij staan voor de vervulling van het Visioen van Rabbi Naftali Zvi Berliner, – en verzuchtte dat helaas veel te veel christenen niet weten dat het verhaal over de ontmoeting van Jakob en Esau een sleuteltekst in de Tora is met betrekking tot de joods-christelijke verhoudingen anno Nu! En waarom verzuchtte hij? Omdat wij,
gewone kerkgangers, nog niet voldoende geïnformeerd zijn over wat ik zojuist ‘t kairosmoment noemde, het moment dat ruim 120 jaar geleden aangekondigd werd door rabbi
Naftali Berliner. Hebben we dan al die tijd iets gemist? – zult u vragen. Ja, blijkbaar wel. Maar geen paniek, ik ga het u vertellen!
Na de Sjoah, na de moord op het Europese Jodendom in de 40er jaren van de vorige eeuw, begon de Kerk na te denken over haar verhouding tot de zes miljoen vermoorde Joden en het Jodendom. Er was teveel misgegaan, om te doen alsof er niks gebeurd was. Het duurde nog tot halverwege de jaren zestig voodat er iets begon te veranderen. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) nam op het laatste moment, op 28 oktober 1965, een Verklaring aan
over … Onze Tijd, Nostra Aetate, – een verklaring waarin de RKK zei en beloofde haar verhouding tot het jodendom te corigeren. Dat werd het begin van een lange weg, – een weg die ook door veel Protestantse kerken afgelegd zou worden. Maar dit was nog maar het begin. Nostra Aetate, Onze Tijd, Onze Kairos! Het begin van een weg, waarvan niemand wist wat we onderweg tegen zouden komen. Ook van Joodse zijde werd terughoudend gereageerd: ’Eerst maar eens zien wat ervan terecht komt’, was de reactie van veel Joden.
5.
In de halve eeuw erna, gedurende de vijftig jaren die sindsdien verstreken zijn, is er door de Kerk veel werk verzet. De ouderen onder ons weten nog dat, ook hier in Nederland, haast alle plaatselijke kerken hun eigen Kerk & Israël-werkgroep hadden. En hoe de boeken van Pinchas Lapide, David Flusser, Sjalom ben Chorim, Willem Zuidema e.a. als warme broodjes over de toonbank gingen. Abraham Soetendorp was een graag geziene gast in het Vormings & Toe-rustingswerk van de kerk. Tóch merkte je altijd een zekere terughoudenheid van Joodse zijde: ‘Prima dat jullie ons uitnodigen, we komen graag, maar over die Jezus van jullie met zijn verlossend werk, daar gaan wij het liever niet over hebben’.
Het heeft lang geduurd voor het ons christenen duidelijk werd waar die Joodse terughoudendheid vandaan kwam. Moest de Kerk dan niet de hele wereld bekeren tot Jezus? En dus ook de Joden? Moesten ook zij niet, door het verzoenend lijden en sterven van Jezus, gered worden? Néé, dat hoeven zij niet! Zij zijn toch al kinderen van God! Zij kennen de weg tot Ha’Sjem, de God van Abraham, Isaac en Jakob, die met hen immers een onopgeefbaar verbond heeft gesloten!
6.
Het duurde nog tot 2015, vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie en Nostra Aetate, dat Rome in een terugblik op de afgelegde weg, officieel verklaarde dat zij zich van Jodenzending zou onthouden. ‘Concreet betekent dit’, – zo liet Rome weten: ‘dat de Katholieke Kerk geen specifiek institutioneel zendingswerk leidt of ondersteunt dat zich op Joden richt’.1 Hoewel de Kerk Jodenzending dus afwijst, worden individuele christenen wél opgeroepen om …
‘te getuigen van hun geloof in Jezus Christus, ook tegenover Joden. Dit moeten zij echter doen op een bescheiden en fijn-gevoelige wijze, daarbij erkennend dat Joden dragers zijn van Gods Woord, en in het bijzonder rekening houdend met de grote tragedie van de Sjoa’, -van de Europese moord op zes miljoen Joden.
Ondanks de behoedzame formulering is er van Joodse zijde positief gerageerd op deze ontwikkeling. Lange tijd heeft het moeten wachten op deze officiële afschaffing van Jodenzending, zoals de Kerk die eeuwenlang aangemoedigd en gepraktiseerd heeft. De opluchting
aan Joodse zijde was zelfs zo groot, dat één week vóór de Verklaring van het Vaticaan er een Verklaring van orthodox-Joodse zijde2op tafel werd gelegd, waaruit bleek dat een grote groep leidinggevende orthodoxe rabbijnen in Israël, de VS en Europa, de tekenen des tijds hadden onderkend, ‘t Kairos-moment! Ze lieten weten dat zij …
na bijna twee millennia van wederzijdse vijandigheid en vervreemding, de historische mogelijkheid onderkenden die nú (!) voor ons ligt. Wij streven ernaar om de wil van onze Vader in de hemel te doen door de hand aan te nemen die onze christelijke broeders en zusters naar ons hebben uitgestoken. Joden en Christenen moeten als partners samenwerken om de morele uitdagingen van onze tijd aan te pakken.
Dit was de vervulling van het visoen van rabbi Naftali Berliner! Deze rabbijnen onderkenden het Kaipos-moment, toen zij verklaarden … ‘dat Joden en christenen méér met elkaar gemeen hebben dan wat hen scheidt’.
In het navolgen van G’d – zo verklaren zij: moeten Joden en christenen modellen bieden van dienen, onvoorwaardelijke liefde en heiligheid. We zijn allemaal geschapen naar G’ds heilig Beeld, en Joden en christenen zullen toegewijd blijven aan het verbond, door met elkaar een actieve rol te spelen in de verlossing van de wereld.
Twee jaar later, in augustus 2017, gingen de Rabbinale Raden van Amerika, Europa en het opperrabbinaat in Israël, gedrieën, in Rome op bezoek bij paus Franciscus. Zij overhandigden hem de – denkbaar – méést officiële Verklaring3 van Joodse zijde over hun relatie tot de Kerk. Ook zij hadden gelezen dat de Kerk zich van actieve Joden-zending gedistantieerd had, en ‘dat zij – ondanks onoverbrugbare verschillen – christenen4beschouwen als partners, bondgenoten en broeders op onze gezamenlijk zoektocht naar een betere wereld, waarin vrede, sociale gerechtigheid en veiligheid mogen heersen.’
8.
Terug naar het woord van Jezus over de vijgenboom, zijn oproep om te waken en om de tekenen des tijd te verstaan – de advent is begonnen! Een tijd van waken, en een tijd van dromen die werkelijkheid willen worden op momenten dat wij de tijd (!) verstaan en gaan zingen over vrede op aarde! Tegelijkertijd vertwijfelen wij haast aan wat er zich dezer dagen afspeelt op het toneel van de wereldgeschiedenis: oorlogen in Oekraïne, Soedan, Israël, de Gazastrip en de Westbank. Wie weet te duiden waar dit alles op uitloopt? Op nog meer oorlog? Of op vrede? Terwijl het één ons hart verscheurt, mogen we het andere niet vergeten. Ik herinner me een woordspeling van Huub Oosterhuis, die in een van zijn gebeden uitroept ‘niet te vergeten wat óók gebeurt’, en vervolgens dankbaar denkt aan alles wat wel goed gaat op aarde.
Naast de waan van de dag is er zoiets als de duur der eeuwen. Naast het korte lontje de bedachtzaamheid der dingen die in de loop der eeuwen vrucht gezet hebben en tot ontplooiing komen. Een van die vruchten is de verwerkelijking van het visioen van Rabbi Naftali Zvi Berliner en van het Joods-christelijke gesprek dat, na eeuwen van wederzijdse vijandigheid en vervreemding, op gang gekomen is … in onze tijd!
Stel je voor dat Jezus zelf aan dit wereldwijde gesprek zou deel-nemen. Hoe blij zou hij niet zijn, om te zien hoe Esau Jakob omarmt en kust! Ik besef hoe groot de uitdaging is om dit visioen niet aan flarden laten scheuren door het dagelijks nieuws. Moge God ons de kracht geven om die uitdaging aan te gaan:
Het zal zijn in het laatste der tijden5
dat de berg van de tempel verheerlijkt zal staan,
dat de wegen er heen zullen leiden
en de volken der aarde op weg zullen gaan
om de rechten des Heren te leren,
zich tot God en elkaar te bekeren.
Als Jeruzalems tinnen gaan blinken
en beschamen der bergen en heuvelen trots,
zal van Sion uit blijde weerklinken
het bevrijdende woord van het koninkrijk Gods –
tot bescherming van allen die leven
staat de wet van Gods heil er geschreven.
En een smidse van ’t huis onzes Heren
maakt het zwaard tot een ploegschaar, de speer tot een zicht.
Niemand zal meer een wapen hanteren;
maar zij groeten elkaar in het heldere licht
van de waarheid die eindelijk zal dagen
over mensen van zijn welbehagen.
Amen.
————-
1 Want God kent geen berouw over zijn genadegaven en zijn roeping
2 To do the will of our father in heaven
3 Between Jerusalem and Rome
4 In de verklaring staat: katholieken
5 NLB 447