Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen
Het NBG presenteert de Nederlandse vertaling van The Jewish Annotated New Testament (second Edition, Oxford/New York 2017). Deze studiebijbel is bedoeld voor Joden, christenen en anderen die voor het eerst of opnieuw kennis willen maken met het Nieuwe Testament. Tachtig Joodse wetenschappers werkten eraan mee.
Ook van de Duitse vertaling van de The Jewish Annotated New Testament is gebruikgemaakt, namelijk van Das Neue Testament – jüdisch erklärt (Stuttgart 2021). Deze Duitse vertaling bevat correcties en enkele aanvullingen t.o.v. de Engelse uitgave. Uit deze Duitse vertaling is bijvoorbeeld het essay van Walter Homolka overgenomen over Luther en de Joden. Daarnaast zijn ook enkele andere essays toegevoegd om deze vertaling te laten landen in de Nederlandse en Vlaamse context.
De toelichtingen in de Engelse studiebijbel zijn gemaakt bij het Nieuwe Testament van Engelstalige New Revised Standard Version. De Nederlandse studiebijbel gaat uit van de NBV21.
Het is een onmisbare studiebijbel. In de toelichtingen zullen voorstellen worden gedaan om bijbelverzen anders te lezen. Neem bijvoorbeeld Romeinen 9 vers 6b. Dit vers vertaalt de NBV21 met ‘Want niet alle Israëlieten behoren werkelijk tot Israël’. In de Griekse grondtekst staan de woorden οὐ γὰρ πάντες οἱ ἐξ Ἰσραὴλ οὗτοι Ἰσραήλ die door de vertalers van het NBG51 zijn vertaald met ‘want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël’.
De Joodse geleerde die de toelichtingen op de Romeinenbrief heeft verzorgd, Mark D. Nanos, nodigt ons uit om op een andere manier naar deze woorden te kijken. Hoe kan je ze vertalen in het geheel van het betoog van Romeinen 9 t/m 11?
Hij sluit aan bij Romeinen 9 vers 4 en 5 waar Paulus de blijvende voorrechten van het volk Israël opnoemt, ook al herkennen niet alle Israëlieten in Jezus de beloofde Messias.
Hij schrijft (of heeft laten opschrijven): ‘Dat zijn de Israëlieten, die God als zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie Hij zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken. Het is het volk dat van de aartsvaders afstamt en waaruit Christus is voortgekomen – Hij die God is, boven alles verheven, zij geprezen tot in eeuwigheid. Amen.’
Wat een reeks blijvende voorrechten van Israël noemt Paulus hier. Die blijven dus staan, de eeuwen door! God komt op deze aanstelling van zijn volk niet terug. Tegelijkertijd constateert Paulus dat slechts een kleine groep onder zijn volksgenoten de missie deelt dat het Woord van God niet bij Israël geparkeerd mag blijven, maar bestemd is om de wereld over te gaan, zodat de mensen uit de volken ook de kans krijgen om deel te krijgen aan de roeping van Israël. Wie het geloof van Jezus de rechtvaardige overneemt, leert de God van Israël kennen en dienen. Vandaar dat Paulus in vers 6a stelt dat Gods belofte is niet komen te vervallen, niet is gestrand bij het volk dat het Woord van God al heeft mogen ontvangen. Vervolgens volgen Paulus’ woorden οὐ γὰρ πάντες οἱ ἐξ Ἰσραὴλ οὗτοι Ἰσραήλ. Hoe vertaal je die vanuit deze aanloop?
Het voorstel van Mark D. Nanos is:
οὐ γὰρ – want niet
πάντες – allen (= alle Israëlieten van vers 4 en 5)
οἱ ἐξ Ἰσραὴλ – zijn die uit Israël (namelijk die Israëlieten die het Woord van God naar de volken willen brengen, zoals Paulus en anderen)
οὗτοι Ἰσραήλ – (en toch) deze (de Israëlieten van vers 4 en 5) zijn Israël.
‘Want niet alle Israëlieten zijn die uit Israël die zich geroepen weten om het Woord van God over de wereld te brengen, en toch zijn en blijven deze Israëlieten die niet in de missie participeren allen deel uit maken van het ware Israël. Hoe dat kan, legt Paulus vervolgens verder uit in de hoofdstukken 9, 10 en 11.
Het is duidelijk dat dit een heel andere manier van het lezen van deze tekst is dan zoals het werd of wordt gedaan in de christelijke traditie. Het is een uitdaging voor ons om wat er in de nieuwe studiebijbel staat, serieus te nemen. De kerkorde van de Protestantse roept ons op om gestalte te geven aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël. Direct daarop volgt de opdracht om als Christus-belijdende geloofsgemeenschap het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift te zoeken. Met de rabbijnen kunnen we teksten uit het Oude Testament lezen, zeker. Maar nu wordt van Joodse zijde ons iets heel anders aangereikt: om vanuit hun receptie en onderzoek teksten van het Nieuwe Testament via een andere ingang te lezen. Hier ligt een grote kans. Dit mogen we niet laten liggen. En dank aan het NBG dat het deze nieuwe studieuitgave mogelijk heeft gemaakt.
Ds. Leon Eigenhuis, Lemele.