Ga naar de hoofdinhoud
< Alle onderwerpen
Printen

Herinneringen langs de Amstel: Van de Apenheul naar het Holocaustmonument

Om de veertien dagen passen Maaike en ik in Amsterdam op onze kleinkinderen, Otis (8 ½) en Nina (3 ½). “Mooie mensjes,” zeg ik als trotse opa. Ze zijn lief en slim, maar soms maken we ons ook zorgen. Vanwege hun vader, die uit Ghana komt, hebben ze een prachtige donkere huidskleur.

Onbedoelde opmerkingen

Hoewel ze er gelukkig niet onder lijden, maken ze soms vreemde dingen mee. Onlangs nog, bij een uitstapje naar de Apenheul, riep een buschauffeur vrolijk door de bus toen ze uitstapten: “Zo mevrouw, gaat u ze weer terugbrengen bij hun familie?” Je houdt het niet voor mogelijk dat mensen zulke opmerkingen maken.

Een wandeling vol betekenis

Dit brengt me op iets heel anders. Kort na de onthulling van het Nationaal Holocaust Namenmonument besloot ik met Nina in de buggy langs de Amstel naar de Weesperstraat te wandelen. Ik wilde het monument met eigen ogen zien: de rode bakstenen muren met meer dan 102.000 namen, de spiegels die het huidige leven in de voormalige Joodse buurt reflecteren, en de Hebreeuwse letters LZKR (Lezeker): “ter herinnering”.

Het was een heerlijke wandeling. Onderweg kwamen we alleen maar vriendelijke mensen tegen die lieve dingen tegen Nina zeiden. Bij het monument was het druk, maar er heerste een wonderlijke stilte. Bezoekers liepen rustig achter elkaar aan en lieten de indrukken op zich inwerken. Iedereen was zichtbaar diep geraakt.

“Zoveel namen, opa?”

Ook Nina was onder de indruk. Ze keek stil omhoog naar de ernstige gezichten en zag hoe mensen knielden om een naam aan te raken of een wit steentje neer te leggen. Ze streek zachtjes over de letters op de muur en vroeg:

“Wat zijn dat, opa?” “Lettertjes, lieverd, van een naam.” Ze keek om zich heen: “Zoveel namen, opa?” “Ja lieverd, zoveel namen…”

Een spoor terug: De familie Lampie

Terwijl we verder liepen langs de muur met namen die beginnen met een ‘L’, viel mijn oog op de naam Lampie. Ik las: Mozes Lampie en Salomon Lampie.

Deze namen kende ik goed. Het waren de oudere broers van Simon (Pim) Lampie, een gemeentelid uit Biddinghuizen dat later een goede vriend werd. In 1988 volgden we samen het spoor terug naar Theresienstadt. Pim was daar eind 1944 met zijn moeder en jongere broertjes en zusje terechtgekomen. Zij overleefden – tegen alle verwachtingen in – de Shoah.

Zijn vader, die voor de oorlog van zijn moeder was gescheiden, overleefde het echter niet. Hij kwam samen met de oudste kinderen, waaronder Mozes en Salomon, om in de gaskamers van Auschwitz.

Pim is vorig jaar op 91-jarige leeftijd overleden. Ik heb helaas geen afscheid van hem kunnen nemen. Moge zijn gedachtenis tot zegen zijn.

Geert C. Hovingh, Zuidlaren

Inhoudsopgave