Ga maar naar dominee Van Ginhoven in Nijensleek!
Sinds de pensionering van Geert Hovingh in 2011 doe hij promotieonderzoek naar protestantse predikanten die Joden hielpen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een goede vriend en voormalig verzetsman, ds. Johan Snoek, moedigde hem hiertoe aan: “Zo val je na je werkzame leven niet in een gat.” Inmiddels is het onderzoek afgerond en werk hij aan zijn proefschrift.
Een indrukwekkende beroepsgroep
Uit de resultaten blijkt dat 583 predikanten van diverse protestantse kerken Jodenhelpers waren. Dit komt neer op ongeveer 20% van de toenmalige beroepsgroep, een indrukwekkend aantal. Voor wie zich verder wil verdiepen: de voorlaatste versie van mijn onderzoek is online te vinden onder de titel ‘Predikantendiejodenhielpen VII’.
Een van deze moedige mannen was dominee Jacob Dirk van Ginhoven (1902–1975). Graag deel ik de grote lijnen van zijn bijzondere verhaal.
Verzet in Drenthe
Tijdens de oorlogsjaren was ‘Ome Jaap’ van Ginhoven gereformeerd predikant in Vledder-Nijensleek. Hij was de oprichter van de lokale verzetsgroep Je Maintiendrai. Deze groep hield zich intensief bezig met het verzorgen en onderbrengen van zowel Joodse als niet-Joodse onderduikers.
Daarnaast bood hij hulp aan Joodse dwangarbeiders in het nabijgelegen werkkamp Vledder. Dit kamp was voor de oorlog aangelegd voor de werkverschaffing, maar de omstandigheden voor de Joodse arbeiders waren er erbarmelijk: het werk was zwaar, het voedsel minimaal en de opzichters vaak meedogenloos.
Toen Noord-Nederland in oktober 1942 ‘Jodenvrij’ (Entjudung) moest worden gemaakt, werd het kamp ontruimd. De arbeiders werden naar Westerbork afgevoerd om van daaruit naar Auschwitz te worden gedeporteerd.
De ontsnapping van Marcus van Praag
Dankzij dominee Van Ginhoven wist één man de dans te ontspringen: Marcus van Praag. Marcus had kort daarvoor toestemming gekregen om de begrafenis van zijn moeder in Amsterdam bij te wonen. Toen hij op 2 oktober 1942 terugkeerde op station Zwolle, zag hij zijn maten op het perron staan, klaar voor transport naar Westerbork.
Een van hen siste hem toe: “Maak dat je wegkomt!” Op Marcus’ wanhopige vraag waar hij dan heen moest, was het antwoord kort: “Ga naar dominee Van Ginhoven in Nijensleek!”
Een hachelijke tocht
Marcus volgde het advies op, maar bij aankomst in de pastorie bleek er niemand thuis. Hij verschool zich urenlang in het buitentoilet en durfde pas aan te kloppen toen het licht binnen aanging. Van Ginhoven hielp hem direct: hij gaf hem een fiets en het adres van verzetsman Klaas de Raad in Hoogeveen.
De reis verliep echter niet vlekkeloos. In het pikkedonker reed Marcus met fiets en al de sloot in. Doordrenkt van de modder klopte hij per ongeluk aan bij het verkeerde adres. Hij had geluk: de bewoonster hielp hem met wassen en het drogen van zijn kleren, waarna zij hem alsnog naar Klaas de Raad bracht. Daar kreeg hij een veilig onderduikadres.
Dominee Van Ginhoven ging nog een stap verder: hij haalde ook Marcus’ dochter Floor weg van een onveilig adres in Amsterdam en herenigde haar in Hoogeveen met haar vader. Beiden overleefden dankzij deze hulp de oorlog.
Verraad en bevrijding
Het verzet bleef voor Van Ginhoven niet zonder gevolgen. Op 28 juli 1943 werd hij door verraad opgepakt door de Sicherheitspolizei. Hij werd zwaar mishandeld in het beruchte Scholtenshuis in Groningen en stond zelfs op de lijst om gefusilleerd te worden.
Wonder boven wonder liep het goed af: op 6 juni 1944 (D-Day) werd hij samen met 17 medegevangenen door een verzetsgroep bevrijd uit het Huis van Bewaring in Rotterdam. Zo maakte ook hij de uiteindelijke bevrijding ongedeerd mee.
Moge zijn nagedachtenis tot zegen zijn.
Geert C. Hovingh, Zuidlaren