Gedenken, kaddiesj gebed
Soms op Allerheiligen, maar meestal vlak voordat advent begint, dit jaar op 25 november, viert de Protestantse Kerk de “laatste zondag van het kerkelijk jaar”, ook wel genoemd “eeuwigheidszondag”. Het is de zondag waarop de overleden gemeenteleden genoemd worden. Hun naam klinkt nog één keer in de kerk, een kaars wordt ontstoken als teken van Gods licht dat de duisternis overwonnen heeft. Nabestaanden zijn uitgenodigd voor de dienst om hun gedenken een plaats te geven, in de bedding van de gemeenschap.
Zo’n viering bepaalt je denken over dood en leven, over herdenken en herinneren. Er is ruimte voor verdriet. En samen kijk je uit naar het licht van God, de herinneringskaarsen, en straks de adventskaarsen.
In de joodse manier van rouwverwerking neemt het Kaddiesjgebed een belangrijke plaats in.
Het wordt wel genoemd het gebed voor de overledenen, maar dat is het niet alleen. Het is één grote heiliging van Gods naam in het heden, èn een bede om Gods Koninkrijk in de directe toekomst.
Het kan alleen worden uitgesproken als er minjan aanwezig is (minimum van 10 mannen, in de liberale sjoel ook vrouwen). Het kaddiesj wordt gezegd als afsluiting van gedeelten van de gebeden, ter afsluiting van de Toralezing èn voor de doden.
KADDIESJ:
Laat de grootheid en heiligheid van Zijn grote Naam vermeld worden in de wereld die Hij geschapen heeft, volgens Zijn wil en moge Hij Zijn Koningschap vestigen tijdens uw leven en tijdens het leven van heel het huis Israël. Zegt nu: Amen
Moge Zijn grote Naam geprezen zijn in alle eeuwigheid. Moge geprezen, met hulde, roem en hoogachting vermeld, verheven, verheerlijkt en met extatische lof bezongen worden, de Naam van de Heilige die geprezen is, boven alle uitingen van prijzen, gezang, hulde en troost, die er in de wereld geuit worden. Zegt nu: Amen
Neem ons gebed barmhartig en welwillend aan! Dat het gebed en het smeken van heel Israël bij hun Vader in de hemel aangenomen mag worden. Zegt nu: Amen
De Naam van de Eeuwige zij geprezen van nu tot in eeuwigheid. Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven, voor ons en voor heel Israël. Zegt nu: Amen
Mijn hulp komt van de Eeuwige, de maker van hemel en aarde.
Die vrede sticht in Zijn hoge sferen moge ook vrede brengen voor ons en voor heel Israël.
Zegt nu: Amen
Ook is er jaarlijks op de dag van overlijden de “jaartijd”, waarop een lampje of kaars wordt ontstoken dat een etmaal brandt, en er wordt kaddiesj gezegd om de dode te gedenken, ook na jaren nog. Beth Chaijiem, zo wordt een joodse begraafplaats vaak genoemd. Huis van leven. Want niet de dood is bepalend, maar het léven.
Moge de ziel van de overledene gebundeld zijn in de bundel van het eeuwige leven, zo klinkt het als iemand sterft. En voor elke gestorvene, zowel in joodse, christelijke of welke andere gemeenschap dan ook geldt: moge zijn/haar nagedachtenis tot zegen zijn.
Heleen Pasma, Middelburgs Kerkblad (2012)