KERK en ISRAËL Rooster of willekeur?
Er was eens … niet zo lang geleden … een discussie over de rubriek “Vierhuis” in het plaatselijke kerkblad. Heeft die rubriek nog reden van bestaan, wanneer verschillende wijkkerken een ander rooster hanteren? Een dominee schreef er een hoofdartikel over dat vroeg om een reactie. Ik reageerde er op:
Het eerste wat opvalt, is dat de schrijver – waar het gaat om de praktijk in de synagoge – schrijft in de verléden tijd: …de boeken van de Tora werden gelezen in de synagogen … … er is een rooster geweest dat dat in één jaar deed …
Natuurlijk moet dat de tegenwoordige tijd zijn!! Nog steeds wordt wekelijks het gedeelte uit de Tora (de sidra) gelezen dat die week aan de beurt is, met de bijbehorende psalm en de haftara (het profeten¬gedeelte).
Nog steeds gebeurt dat in een éénjarige cyclus, al is er ook een driejarige cyclus geweest, in veel liberaal-Joodse gemeenten nog steeds *). Aan het eind van het Loofhuttenfeest, in oktober, is het eind van de Tora bereikt, de laatste hoofdstukken. Als op het feest van Simchat Tora (Vreugde der Wet) de laatste woorden van Deuteronomium klinken, worden die direct gevolgd door de eerste woorden van Genesis (onder het motto: de Tora is niet afgesloten, Gods onderwijzing is oneindig**).
Geen verleden tijd dus, want Tora lezen is nog steeds actueel.
Als gastvoorganger kom ik in veel verschillende kerken in onze provincie.
Het gebruik van roosters blijkt zeer divers. Soms geen, in een enkele gemeente haast dwingend voorgeschreven. Vaak in samenhang met het rooster dat in de kindernevendienst wordt gebruikt, Kind op Zondag, Eerste dag, Bonnefooi of nog andere regelmaat.
Vaste tijden in het kerkelijk jaar kennen hun min of meer vaste schriftgedeelten (wie preekt er met Palmzondag niét over de intocht in Jeruzalem?).
Het Vierhuis in het kerkblad volgde Kind op Zondag, één van de vele roosters. In een klein stukje tekst kun je niet veel uitleggen, alleen een accent leggen. Heb ik het mis als de gegeven accenten hoofdzakelijk de NT verhalen betroffen? Bij afwijkende roosters in de verschillende wijkkerken verliest de rubriek zijn functie. Mij spijt dat niet.
Bij alle diversiteit is het mijn gewoonte (geworden) om me vast te houden aan de “sidra van de week”, het Toragedeelte dat in de synagoge wordt gelezen.
Ik doe dat om
. de band met de Joodse oorsprong van de kerk voelbaar vast te houden,
. de onopgeefbare verbondenheid tussen kerk en Israël duidelijk te maken en
. de actualiteit van de Tora in te brengen, al is het soms zijdelings.
De ervaring leert dat in het wekelijkse Toragedeelte, dat meestal een aantal hoofdstukken omvat, vrijwel altijd een actueel accent is te vinden, een aanknopingspunt voor onze situatie hier en nu. En een verbinding met de wijze waarop Jezus die Tora vervulde, zoals we lezen in het NT. Je moet dan als kerk natuurlijk wel bereid zijn om te luisteren naar de uitleg daarvan in de Joodse traditie, de traditie van Jezus.
Deze wijze van “Tora lezen” zou m.i. de basis moeten zijn van alle lezen in de kerk, welke kerk dan ook. Omdat het de basis was van Jezus’ leer en leven. Als we Jezus zien als degene die de Tora vervult, die de gestalte van Tora is geworden, dan is het lezen van het NT altijd een reflectie op deze basis, de eerste vijf bijbelboeken. Dat is oecumene-breed, dat is samenhang tussen OT en NT, dat is, mijns inziens, de weg van Jezus.
Daarom pleit ik – als er bij alle diversiteit in ons plaatselijke kerkblad een rubriek Vierhuis moet zijn dat de wekelijkse lezingen belicht – voor een accent vanuit het wekelijkse Toragedeelte.
2008, Middelburgs Kerkblad, Heleen Pasma
*) Lou Evers, “Jodendom voor beginners”
**) Benjamin Heyl, Ëen toelichting op de sjabbatochtenddienst in de synagoge”