Ga naar de hoofdinhoud
< Alle onderwerpen
Printen

Hanna-Louk van Stegeren-Keizer en Yehuda Aschkenasy

In één week tijd zijn twee mensen overleden die van ongelooflijk belang zijn geweest voor onze kerken. Elk op eigen wijze gaven zij richting aan het zicht krijgen van de kerk op haar bron, de joodse traditie.

Op woensdagavond 1 juni 2011 overleed dr. Hanna-Louk van Stegeren-Keizer. Zij was tientallen jaren met grote inzet toegewijd aan het vernieuwen van relaties tussen Joden en Christenen. Vanaf de stichting in 1963 van Nes Ammim, de christelijke nederzetting in Israël, was zij erbij betrokken. Zij onderhield tot aan haar overlijden namens de kerken intensief contact met de predikanten in Nes Ammim. Ook de verbreding van de dialoog naar Palestijnse Israëli’s in Galilea, Christenen en Moslims, droeg zij een warm hart toe.
Het Leerhuis in Heemstede was haar thuis. In het landelijk Kerk & Israëlwerk was zij 26 jaar intensief betrokken, waarvan 18 jaar als voorzitter.

De spreuk die zij bij haar afscheid in 1992 meegaf, was de bekende tekst uit de Spreuken der Vaderen:
Het is niet aan ons om het werk af te maken, maar we zijn niet vrij ons er aan te onttrekken.

Bij het begin van Sjawoeot, het joodse Wekenfeest, overleed op dinsdagavond 7 juni rabbijn Yehuda Aschkenasy, na een zeer kort ziekbed.

Rabbijn Aschkenasy, een telg uit een oud Oost-Europees rabbijnengeslacht, achtte het na de catastrofe van de sjoa van essentieel belang om het Jodendom en zijn rijke leertraditie in een wijde kring van ook niet-joodse geïnteresseerden bekend te maken, met name aan christenen Zij konden als het ware gezien worden als van hun bronnen vervreemd geraakt. Hij zag het als zijn roeping om als rabbijns leraar buiten de joodse kring te treden. Alleen samen spreken en leren kan verbindingen slaan tussen religie, mens en samenleving.
De Stichting Pardes, opgericht als de B. Folkertsma Stichting voor Talmudica, was zijn levenswerk. Als motto noemde hij vaak de rabbijnse spreuk:
Op de plaats waar geen mensj is, wees een mensj!

Generaties studenten leerde hij leren, in leerhuizen, en als hoogleraar. Hij maakte zijn leerlingen vertrouwd met de wereld van het joodse denken, altijd in verbinding met actuele vraagstukken als hulpverlening en ethische verantwoordelijkheid. Samen met Eli Withlau begon hij het tijdschrift TENACHON, over de joodse achtergronden bij de bijbel. Tot op vandaag wordt Tenachon nog steeds voortgezet en gebruikt. Yehuda Aschkenasy was een man die de waarden van zijn Jodendom in zijn hele leven had geïntegreerd, en ze met hart en ziel uitdroeg. Ook Zeeland mocht zich in zijn lessen verheugen.

Hanna-Louk van Stegeren-Keizer, en Yehuda Aschkenasy. Beiden bereikten zij de leeftijd van de zeer sterken. Hun beider betekenis blijft voelbaar in het werk dat zal worden voortgezet in leerhuizen, in Nes Ammim en in Pardes. Moge hun nagedachtenis ons allen tot zegen zijn.

Op de plaats waar geen mensj is, wees een mensj! … wij zijn niet vrij ons daaraan te onttrekken.

Heleen Pasma, Middelburgs Kerkblad (2011)

Inhoudsopgave