Makkabeeën
Gruwel der verwoesting, de Makkabeeën
In november staan lezingen uit 2 Makkabeeën op het alternatieve leesrooster. Een apocrief boek, zoals dat heet. Niet alleen voor de kerk, maar ook voor de Joodse traditie behoren de Makkabeeën-boeken niet tot de canon, de in de bijbel als gezaghebbend opgenomen geschriften. Van het eerste boek is de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst al vroeg verloren gegaan, het tweede is in het Grieks geschreven.
Na de dood van Alexander de Grote, werd zijn grote rijk verdeeld onder zijn generaals; hun zonen maakten zich tot koningen.
Eén daarvan, Antiochus Epifanes IV, werd in175 v. Chr. koning over Syrië en omstreken. Het onderwerp van deze boeken is vooral de strijd tegen zijn wetten om de Joodse godsdienst onmogelijk te maken, en de opstand onder leiding van de priester Mattitjahu en zijn zonen. Het is de strijd tegen gedwongen assimilatie, tegen het teloorgaan van Israëls identiteit als volk van Gods verbond.
Het tweede boek is apart te lezen van het eerste; het zijn verschillende manieren om de oorlog van die jaren te beschrijven. Maar vanuit beide boeken klinkt de vraag: wat doe je als je niet meer God mag dienen naar zijn Woord … Als het je je leven kost wanneer je je zoon laat besnijden, als Tora-rollen worden verbrand, de sjabbat niet meer mag worden gevierd …
Met als toppunt van vergrieksing het afgodsbeeld van Zeus in het hart van de tempel en de gedwongen deelname aan maaltijden van offervarkens.
Het zijn jaren van diepe vernedering voor Toragetrouwe Joden.
Priester Mattitjahu en zijn zonen vluchten noodgedwongen naar de heuvels van Modi’in ten noordwesten van Jeruzalem. Er groeit verzet tegen koning Antiochus Epifanes, maar er zijn ook tallozen die met de macht meedoen en de Griekse levensstijl aannemen.
De hogepriester Jason heeft zijn “ambt” gekocht; hij wordt weggejaagd als Menelaos aan de koning een nòg grotere som geld biedt. De tempel heeft niets meer van doen met de heilige naam van de Eeuwige God. Na een bloedbad nemen de Makkabeeën de beslissing, dat je op sjabbat je leven mag verdedigen (1Makk 2:41).
Het vertrouwen van Mattitjahu en zijn zonen, onder aanvoering van Juda, die Maccabi wordt genoemd (strijdhamer), wordt niet beschaamd. Het gevecht om de uitoefening van de eigen godsdienst wordt voortgezet totdat de Toragetrouwe Joden weer hun tempeldienst kunnen verrichten. Uiteindelijk wordt de tempel gereinigd en opnieuw ingewijd. Daaraan herinnert het Joodse Chanoekafeest, dit jaar van 12-19 december.
Hoe sterk deze Makkabeeënstrijd tot in onze tijd leeft, merkte ik deze zomer in Israël. Met een klein groepje mensen trokken we met een Nederlandse rabbijn het land door. In het spoor van de Makkabeeën bezochten we o.a. Emmaüs, waar Juda een grote overwinning behaalde op het vijandelijke Griekse leger van Nikanor (2Makk.8). In de heuvels van Modi’in vonden we ‘Maccabi-tombes’. Het waren graven van onafhankelijkheid-strijders in 1948, die zich bekleedden met de moed van de Makkabeeën, zoals die zich meer dan 2000 jaar eerder optrokken aan de verhalen van Pinchas, Gideon en andere bevrijders. Daaronder het ontroerende graf van “Kobi”, de 15-jarige jongen die genoemd werd ‘het kind onder ons, de mooie onder ons…’.
Er waren piramide-achtige gedenktekens geplaatst, zoals de tekens die Simon de Makkabeeër ooit op de graven van zijn broers plaatste (1Makk.13:28).
Iets verder vonden we onverwacht het graf van Mattitjahu, de priester waarmee de opstand tegen de goddeloze Antiochus Epifanes begon. Nog steeds komen mensen bij zijn graf bidden, gezien de psalm- en gebedenboekjes die er liggen.
Een vlot leesbare historische roman over deze belangrijke periode in de Joodse geschiedenis is: “Gruwel in Sion”, door Beatrijs van den Berge, uitgave Den Hertog B.V., Houten 2009, zie bol.com.
Een aanbeveling waard!
Heleen Pasma, Middelburgs Kerkblad (2009)