Ga naar de hoofdinhoud
< Alle onderwerpen
Printen

Gebruik van de Sidra in de eredienst

Een mogelijkheid, zoals door een “preekconsenter” al jaren in praktijk gebracht:

Inventarisatie

  • welke Sidra wordt de sjabbat voor de zondag gelezen, welke de sjabbat erna
  • welke haftara, idem
  • welke psalm, idem
  • welke evangelielezing staat er op het (oecumenisch) leesrooster, wat staat er omheen, welke psalm
  • in welke gemeente ga ik voor, kennen ze mij, ken ik hen, volgen zij een rooster
  • is er kindernevendienst, Kind op Zondag, Bonnefooi of anders
  • welke bijzonderheid is er op of rond de zondag: advent, 40-dagentijd, Joodse feestdagen, etc.

 
Op grond van deze verzamelstaat maak ik een keuze voor de Sidra van de sjabbat vòòr of de sjabbat ná de zondag.

Voorbereiding

  • lezen van de teksten
  • lezen Tenachon, Toracommentaar (van jáááren heb ik de uitleg van de wekelijkse sidra, deels schriftelijk, de laatste jaren digitaal, te volgen via nik.nl/parasja en van www.levisson.nl / sidra),
  • vaststellen kernthema (waar gáát het over), gedachten opschrijven
  • vaststellen welk gedeelte van de Tora uit de sidra van de week gelezen wordt
  • vertaling bepalen, evt. zelf Tora of haftara vertalen
  • orde van dienst maken, afhankelijk van de betreffende gemeente
  • zoeken naar passende liederen
  • is de psalm bij de Sidra “zingbaar”?
  • preek schrijven, waarbij ik probeer “inclusief taalgebruik” te hanteren en actueel te zijn.

 
Lastig is het om de goede samenhang te vinden, met respect voor wat in een gemeente gebruikelijk is, zonder mijzelf geweld aan te doen. Ik laat bijvoorbeeld nooit het Klein Gloria zingen. Ook andere liederen waarin de triniteit centraal staat, vermijd ik als het even kan, evenals de “triomferende kerk” liederen.

Passende liederen vinden is dus moeilijk. Ik zoek niet alleen in het liedboek (een hulp is soms de Liedboek concordantie), ook in Tussentijds, Zingenderwijs enz. Als er een zondagsbrief of infoblad is, kan een alternatieve tekst daarop meegenomen worden. In uitzonderingsgevallen maak ik wel eens zelf een lied of acclamatie op een bestaande melodie.

Terdege besef ik mijn geluk in “vrijheid” te kunnen voorgaan, dat wil zeggen: niet aan een gemeente gebonden maar prekend door heel de provincie. Tegelijk betekent dat een steeds opnieuw met een paar woorden uitleggen waarom ik doe zoals ik doe. De laatste tijd hanteer ik bij de inleidende woorden over het thema meestal de zin “het is mijn gewoonte voor de lezingen aan te sluiten bij de lezing in de synagoge”…., behalve in gemeenten waar ik vaker kom.

Ook in gemeenten waar een lector is (die de 1e of 2e lezing doet) geeft het meestal geen discussie als er 3 lezingen zijn. Ik kies dan zelf welke lezing ik aan de lector laat. Zelfs in Lutherse diensten, waarin ik vrij frequent voorga, hanteer ik “Tora – profeten – geschriften” in plaats van de gebruikelijke “OT – epistel – evangelie” lezingen, zonder dat het problemen geeft.

Het komt wel voor dat ik twee zondagen na elkaar dienst doe in verschillende plaatsen. Dan kan het dus zijn dat ik de 1e week de Sidra van komende sjabbat lees, en de 2e week de (zelfde) Sidra van gisteren…

Verder hanteer ik mijn mezelf opgelegde regels soepel. Soms sluit ik aan bij een kerkelijke of Joodse feestdag in plaats van bij de Sidra, soms verwerk ik een van de lezingen alleen in de preek. Het is vrijwel nooit voorgekomen dat er géén link is tussen lezingen en met de actualiteit. In dat geval voel ik me vrij om b.v. van de evangelielezing af te wijken. Zo probeer ik een integere samenhang te vinden tussen wat in de gemeente aan de orde is (kindernevendienstproject etc) en wat de Tora van de week biedt. Soms is een compromis daarbij niet te vermijden.

Deze wijze van werken houdt me scherp, dwingt me tot met grote regelmaat nieuwe preken maken, en houdt me bij de les van de Joodse traditie. En dat is iets wat ik graag doorgeef.

2008, bijlage bij “Rooster of willekeur”?, Heleen Pasma

Inhoudsopgave