Een rabbi gaat voor lange tijd naar een verre stad om te studeren.
Zijn vader, ook rabbi, neemt voor hem waar.
Na zijn terugkeer vraagt de vader hem: ‘En, wat heb je nu geleerd?’
‘Ik heb geleerd dat God de Schepper is van hemel en aarde.’
De vader reageert verbaasd: ‘Is dat alles? Dat weet toch iedereen!’
‘Ja’, antwoordt de zoon, ‘iedereen weet het. Maar hebben ze het ook geléérd?’
Van de Paasnacht tot en met Pinksteren 2027 biedt het Oecumenisch Leesrooster een alternatief spoor met verhalen uit Genesis 1-11. Het begin van Genesis roept al eeuwenlang vragen op. Sinds mensenheugenis vertellen mensen in vele culturen verhalen over de herkomst van wereld en mens. Scheppingsverhalen, en andere oerverhalen zoals dat van de grote vloed, zijn een genre dat je overal tegenkomt, van Mesopotamië tot Griekenland.
Tegelijk hebben joden en christenen altijd het besef gehad dat hun verhalen nog iets anders te zeggen hadden dan ‘waar komen wij vandaan’, en zeker, dat het daar gegeven antwoord fundamenteel anders is. Toch overheerste in de bijbelwetenschap lange tijd het besef dat ‘schepping niet zo bijzonder is’. De bijbelwetenschap stortte zich om een andere reden op deze verhalen: met de wisseling van de Godnamen werden Genesis 1 en 2 en zeker het Zondvloedverhaal een cause célèbre voor de historisch-kritische analyse (lees: bronnensplitsing) van deze verhalencyclus.
Karel Eykman begint zijn kinderbijbel Woord voor woord, verrassend, niet bij Genesis 1 maar bij Abraham. Daar zit een theologische keuze achter die, dat kan haast niet anders, in samenspraak met Karel Deurloo tot stand kwam: de keuze voor de prioriteit van het ‘bijzondere’, het Israëlitische, boven het ‘algemeen-menselijke’, een theologiseren in de lijn van Karl Barth. Hoe kijken we nu, ruim 50 jaar later, tegen die keuze aan: was die terecht, en is die nu nog geldig of verdient het algemeen-menselijke een vorm van herwaardering?
Evengoed slaat Eykman Genesis 1-11 niet over. Deze verhalen komen ter sprake rond hun vermoedelijke Sitz im Leben in de Ballingschap. Deurloo laat ze evenmin liggen, maar schrijft een uitvoerige studie over Genesis 2-4: De mens als raadsel en geheim – verhalende antropologie in Genesis 2-4. Alleen die drie hoofdstukken al zijn onze aandacht meer dan waard, en toch hebben we geprobeerd het programma iets te verbreden en het belangrijkste uit die zogenaamde ‘oergeschiedenis’ aan bod te laten komen. Want het gaat ergens over!
Het gaat over de mens en wie hij/zij/hen is; over geslacht en gender, over mens en natuur, over het ‘verloren paradijs’ en de functie daarvan, over het kwaad en het oordeel daarover, en nog veel meer. We nodigen jullie uit, naar die verre stad (!) Hattem af te reizen en met ons een paar dagen daarop te studeren.
Marco en Joep
MAANDAG 9 NOVEMBER
Vanaf 12.00 u. Binnenkomen en lunch
13.00 u. – 15.00 u. ‘De Bijbel begint bij Abraham?’ Inleiding op Genesis, met speciale aandacht voor de plaats van de ‘Oergeschiedenis’ aan het begin van Tenach
pauze
15.30 u. – 17.30 u. Genesis 1:1-2:3, de zeven scheppingsdagen
eten
19.30 u. – 21.00.u. Genesis 2:4-25, mens en dier, man en vrouw
DINSDAG 10 NOVEMBER
09.00 u. – 10.30 u. Genesis 3, de boom en de slang
pauze
11.00 u. – 12.30 u. Genesis 4:1-16, Kaïn en Abel en broederschap
lunch
14.30 u. – 16.00 u. Antropologie: gesprek over Genesis 2-4 en de verschillende manieren om deze teksten te lezen
korte pauze
16.15 u. – 17.30 u. Genesis 6:5-22
eten
19.15 u. – 20.15 u. De vloed in vogelvlucht
WOENSDAG 11 NOVEMBER
09.00 u. – 10.30 u. Genesis 11:1-9, de torenbouw
pauze
11.00 u. – 12.00 u. Samenvatting: wat hebben we geleerd en hoe gaan we erover preken?
korte pauze
12.15 u. – 13.00 u. Evaluatie, afspraken voor de toekomst
13.00 u. Lunch, schoonmaken tot uiterlijk 15.00 u.
Meer informatie en aanmelden: monshouwerstichting.nl






