Deuteronomium 30: 15-20 (1)
Uit Tenachon Tora, nr 27 p. 434 | Een Uitgave van de B. Folkertsma Stichting voor Talmudica (PaRDeS) Over de
De volgende berichten zijn beschikbaar met deze zoekterm
Uit Tenachon Tora, nr 27 p. 434 | Een Uitgave van de B. Folkertsma Stichting voor Talmudica (PaRDeS) Over de
Voor het onderstaande is gebruik gemaakt van de eerste paragraaf uit het artikel ‘Valt er iets te kiezen?’ (Tenachon –
Deze passage opent met de wat raadselachtige woorden ‘Arami over avi’- dat vertaald kan worden als ‘een zwervende Arameeër was
Recht voor vreemdeling en wees i. De vreemdeling, een ondergeschoven kindje Er is vaak op gewezen dat wetten ter bescherming
De verhandeling over de profeet is niet los te zien van de tekst in het hele hoofdstuk 18 en dat
Jaar van de kwijtschelding In dit gedeelte van Deuteronomium worden de regels van schuldkwijtschelding besproken. De tekst is niet gemakkelijk.
Een profeet die verleidt ‘Dat willen wij ook!’ Een koning naar de mode van de tijd, met een imposante hofhouding
De besnijdenis van het vlees en van het hart Breken met het verleden — Mosjè blikt terug Mosjè is met
Zelf vreemdeling geweest vs 12: Er is een overeenkomst met Micha 6:8: “Wat vraagt de Ene anders van je dan
Het Sjema (Hoor!) Dit enkele vers – ‘Hoor, O Israël, de Heer is onze God, de Heer is één!’ aangevuld