Joods-Christelijke Dialoog

Samuel 2. 07-12 - Piet van Midden

Onderstaande tekst werd eerder gepubliceerd in “Van Ver Halen, een verhaal achter de bijbelverhalen”, Meinema 2005.

Dr. Piet van Midden doceert Hebreeuws aan de Tilburg School of Catholic Theology, afdeling Bijbelwetenschappen en Kerkgeschiedenis. Hij is op social media actief met een dagelijkse snelcursus Hebreeuws, is schrijver, uitgever en adviseert de reisorganisatie High Flight International.

KEERPUNT IN DAVIDS LEVEN (II Samuël 7-12)
In de hoofdstukken 7-9 worden allerlei zaken voorbereid die later nog aan de orde zullen komen. In hoofdstuk 10 levert David slag met de Ammonieten en de Arameeërs, nadat dienaren van David diep beledigd zijn omdat de Ammonitische koning Chanun, de zoon van Nachas (vgl. Sam. 11:1) hun de baard heeft laten afscheren en in hun blote billen had weggestuurd (10:4-5). Het levert David een geweldige gebiedsuitbreiding op en in hoofdstuk 11 vinden we hem weer aan de oostkant van de Jordaan, in slag om Rabba (op de plek van het huidige Amman).
De ark is in het veld en dat betekent dat het om een heilige oorlog gaat, waar het bevel ‘Heiligt u tot de morgen’ serieus moet worden genomen, ofwel: ‘Slaap niet bij een vrouw.’
David gaat niet mee maar laat de strijd over aan zijn veldheer Joab. Op een avond ziet hij een vrouw bezig zich te baden. Men kan denken aan de mikwe, het rituele reinigingsbad (dat suggereert 11:4). David kan zijn ogen er moeilijk van afhouden en laat vragen wie ze is: Batseba, de vrouw van de Hethiet Uria. De laatste is niet thuis, want onder de wapenen. Alle ingrediënten voor een liefdesgeschiedenis zijn aanwezig. Daarmee overtreedt David de regels van de heilige oorlog. Hij treedt ‘echt koninklijk’ op. Koningen van enige allure menen het recht te hebben op de vrouw van een ander. We zagen de haremvorming bij David al ontstaan (4:13) en de relatie met Batseba is daarvan een triest hoogtepunt.
Batseba raakt zwanger en dat is een probleem voor David: nu wordt bekend dat hij de regels van de heilige oorlog heeft overtreden en bovendien overspel heeft gepleegd. Hij denkt de kwestie op te lossen door Uria te laten halen. Na wat oppervlakkige gepraat over de welstand van Joab en de stand van de strijd (het Hebreeuws heeft in 11:7 ‘de sjaloom van de strijd’), laat hij Uria naar huis gaan en stuurt hij hem nog een relatiegeschenk na. Uria, de Hethiet, houdt zich wél aan de regels van de heilige oorlog en gaat bij de paleisslaven slapen en niet thuis. Daarmee doorkruist hij Davids plannen. Als David hem daarop aanspreekt, krijgt de koning van de Hethiet religieuze les:
‘De ark, Israël en Juda vertoeven in tenten en mijn heer Joab en de knechten van mijn heer zijn in het open veld gelegerd! Zou ik dan naar huis gaan om te eten en te drinken en bij mijn vrouw te liggen? Zo waar u leeft en zo waar uw ziel leeft, het idee dat ik dat zou doen! (11:11.)
David doet er nog een schepje bovenop door Uria dronken te voeren, maar ook dat helpt niet: Uria blijft trouw aan de regels van de oorlog. Daarmee tekent hij zijn eigen doodsvonnis, dat anders door David getekend zou zijn. Wanneer hij bij Batseba was gaan slapen, was hem dát immers aangerekend. Hij krijgt zijn eigen oordeel op schrift mee en levert het bij Joab in. Die plaatst hem dicht bij de stadsmuur en bij een te verwachten uitval sneuvelt ook Uria.
De missie is volbracht en David kan Batseba tot vrouw nemen. Ze krijgt een zoon, maar daarmee is de zaak niet in de doofpot verdwenen. In Israël treden immers profeten op die het oordeel van God spreken over heden, verleden en toekomst. Bij David is dat Natan, die hem een mooi verhaal komt opdissen over een arme en een rijke man. De arme heeft een paplam (of potlam) en dat dier is hem tot een dochter (12: 3). Een bat in het Hebreeuws. Bij David gaat nog steeds geen lichtje branden en maakt bat niet af tot bat-seba! Als een rijk man de bat van de arme neemt, ontsteekt David en woede en velt het oordeel daarmee over zichzelf. ‘Jij bent die man’ sneert Natan (11:7) en daarmee is het oordeel geveld over Davids huis. Het verhaal is een keerpunt in zijn geschiedenis en heeft het opschrift van Psalm 51 gehaald. David is de modelkoning van het Oude Testament. We vinden immers David als het grote voorbeeld, maar er wordt wél een uitzondering gemaakt:
‘Omdat David gedaan had wat recht was in de ogen van de Heer en niet afgeweken was van alles wat Hij hem geboden had, al zijn levendagen, behalve dan ‘de zaak Uria, de Hethiet’ (I Kon. 15:1-5).
Na de ‘affaire Batseba’ is de vrede in de familie voorbij. Davids zonen vechten om een eerste plek in de troonsopvolging. En het nieuwgeboren kind haalt het niet.
David troost Batseba. Dat betekent niet dat hij lieve woorden spreekt (dat zal óók wel) maar dat hij een nieuw kind verwekt (vgl. Jer. 31:15; Klg. 1:2). Dat kind krijgt van hem de naam Salomo mee, ‘In hem is vrede’, ‘Frederik’.
En hoe is het met de oorlog bij Rabba gegaan? Rabba is door David zelf ingenomen (12:26-31). Het lijkt erop dat Salomo tijdens de heilige oorlog is verwekt en geboren. Dat geeft zijn naam een bijzondere betekenis.

Toelichting

Hieronder toelichtingen op de zondagslezingen voor de komende 4 weken.