Joods-Christelijke Dialoog

Marcus 08: 27-9:1 - Dick Pruiksma

Zondag 9 september 2018
Zondag 16 september (alternatief rooster)


Over Jezus’ messianiteit en de zoon van mensen

Door Dick Pruiksma

Binnen niet al te lange tijd zal het internetproject ‘De Uitdaging’ beschikbaar zijn. Dit project wil antwoord geven op twee vragen: Wat hebben christenen in de afgelopen decennia over Jezus en over Paulus kunnen leren in de dialoog met het jodendom? En vervolgens: wat betekent dat voor ons christelijk geloof? In tien stellingen wordt een poging gedaan de eerste vraag te beantwoorden. In meerdere geloofsgesprekken worden deelnemers uitgenodigd de tweede vraag te bespreken. Hierbij een preview uit de toelichting bij stelling 4 van ‘De Uitdaging’ waar het gaat over het messiaans bewustzijn van Jezus en over de mensenzoon. In dat hoofdstuk wordt ook teruggekeken naar de conferentie die in november 2016 in Lunteren werd gehouden over Jezus en Paulus als joodse hervormers.

Uit de toelichting bij stelling 4 van het project 'De Uitdaging': 

In alle evangeliën valt op dat Jezus zich identificeert met de Zoon van Mensen. Dat is zijn zelfbeeld zogezegd. Hij zal het woord messias niet in de mond nemen. Misschien omdat van de veelsoortige inhoud van het messiasbegrip in zijn dagen de politieke betekenis overheerste. De messianiteit van Jezus is deel van zijn geheim. De enige keer dat Jezus het woord messias zelf in de mond neemt is in de bekende raadselspreuk die we vinden in Matteüs 22 :41 e.v., Markus 12: 35 e.v. en Lucas 20: 41 e.v. Het raadsel dient om zijn messiaans bewustzijn geheim te houden. Dat de messias van koning David afstamde is echter in de traditie van het Nieuwe Testament vanaf het begin aanvaard. Zo schrijft Paulus in Romeinen 1:3 dat Jezus een mens was uit het geslacht van David die werd aangewezen als de zoon van God.

Jezus zelf vult zijn messianiteit echter met het begrip van de Zoon des mensen. Veel meer dan met de figuur van de messias identificeert Jezus zich publiekelijk met de gestalte van de bekende, hoewel met raadselen omgeven figuur uit de gedachtewereld van de apocalyptiek. Het is de gestalte die aan het eind van de tijden zal komen om het oordeel te voltrekken. Om op de dag van het grote oordeel de aarde te zuiveren met zijn vuur.

In Lunteren leerden we van Gabriele Boccaccini dat te midden van de vele stromingen van de joodse denkwereld van tweeduizend jaar geleden de evangeliën in één ding bijzonder zijn: zij vertellen dat die Zoon van Mensen niet gewacht heeft tot de allerlaatste dag wanneer het voor de zondaren te laat zal zijn. Maar dat het messiaanse zelfbewustzijn van Jezus hierin bestaat dat die Zoon van Mensen nu al naar zijn volk toe gekomen is. Nog voor de grote dag binnenkort gaat aanbreken. Om in die korte tijd die rest hen die anders verloren zouden gaan, een laatste kans te bieden op behoud.

Hoe doet de Zoon van Mensen dat? Door zonden te vergeven! Die volmacht heeft de Zoon van mensen immers! Dat is zijn job. Zodat alle mensen recht voor God komen staan. Ook zij die het anders niet hadden ‘gehaald’, de schapen van het huis Israëls die anders verloren waren gegaan. Dat is uniek: de Zoon van Mensen die komt voordat het zijn tijd is!! Om in die korte, resterende tijd zijn volmacht uit te oefenen: zonden vergeven. Het gaat om niets anders dan om barmhartigheid en vergeving als laatste kans voor wie het anders niet zouden redden. Nu het kantje boord nog kan! En wie aan die oproep gehoor gaf, wie zich omkeerde, die kreeg te horen: Ga heen en zondig niet meer (Joh. 8: 11). Blijf nu leven in de ruimte van verbondenheid met God en mensen.

Het resultaat van vergeving en verzoening is een levensstijl: Ga vanaf nu op de weg van de geboden. Niet omdat het moet maar vanuit de ontvangen vergeving. Christenen hebben vaak gedacht dat met de komst van Jezus de geboden van de Wet van Mozes hun betekenis hadden verloren. Daar dacht Jezus anders over. Er zal geen tittel of jota van de Thora worden afgedaan (Mat. 5: 18; Luc. 16: 17). Integendeel. Vanaf nu zal jouw gerechtigheid groter moeten zou zijn dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeën. Anders ga je alsnog het Godsrijk niet binnen (Mat. 5: 20). Vergeving van zonden en het volgen van de geboden horen bij elkaar. En dat Jezus de geboden vaak uitlegde zoals ook groepen uit de Farizeeën dat deden, dat merkten we al eerder op.

Inderdaad, het Rijk van God is voor Jezus een heel dichtbije toekomst. Meer nog. Het is een toekomst die in de weg van verzoening en vergeving al aanwezig is. In vergeving en verzoening is de toekomst van God begonnen. Let wel! Dat geldt niet alleen voor die Ene. In Matteüs 9: 8 loven de omstanders God omdat Hij die macht aan ménsen gegeven heeft.