Joods-Christelijke Dialoog

Galaten 06: 1-10, 14-18 - Peter Tomson

Zondag 3 juli 2016 

Eigenhandige samenvatting


door Peter Tomson

Opnieuw doet het leesrooster een merkwaardige keus. Galaten 6:1-10 brengt nog twee ‘losse’ onderwerpen ter tafel, in de sfeer van de gebruikelijke praktische aanwijzingen tot slot. Daarna vormt 6:11-18 het opmerkelijk lange zelfgeschreven slot van de brief (vgl. 1 Korinthe 16:21; Kolossenzen 4:18; 2 Tessalonicenzen. 3:17), waarin Paulus het hoofdthema van de brief nog eens samenvat. Zoals Hans-Dieter Betz in zijn kommentaar zegt, moet je de brief eigenlijk vanuit dit autografische slot lezen. Het leesrooster laat echter de eerste drie verzen van het slot, weer over die vervelende besnijdenis, weg.

Het eerste praktische punt (6:1-5) gaat over vergeven van een misstap. ‘Draag elkanders lasten’, schrijft de apostel hier, om er een paar verzen verder paradoxaal aan toe te voegen: ‘want ieder mens moet zijn eigen last dragen.’ Dit moet over de polariteit van solidariteit en verantwoordelijkheid gaan, maar de apostel had wel duidelijker mogen formuleren!

Het tweede praktische punt (6:6-10) gaat over de ‘kerkelijke bijdrage’: wie onderwijs geniet, moet zijn leermeester ‘in alle goede dingen’ laten delen, d.w.z. in materiële goederen (de NBV heeft de vreemde vertaalkeuze gedaan, de leermeester te laten delen in het goede dat men leert). De beeldspraak van het ‘zaaien en oogsten’ gebruikt Paulus ook in 2 Korinthe 9 met betrekking tot financiële bijdragen.


Dan het slot. Galatebn 6:12 toont plotseling een glimp van een zeer ernstige, mogelijk gewelddadige situatie: degenen die zo aandringen op besnijdenis, doen dat alleen voor de uiterlijke schijn, om zelf te ontkomen aan vervolging vanwege het kruis van Christus. M.a.w. zij staan er zelf niet achter, maar geven voor de schijn toe aan de druk van degenen die hen vervolgen. Deze druk komt wellicht uit Jeruzalem, zoals in Galaten 2:12 ‘mensen van Jakobus’ in Antiochië kwamen aandringen op afzijdigheid van de joodse christenen. We kunnen ook een verband zien met Romeinen 15:31, waar Paulus zijn bezorgdheid uitspreekt over de ‘ongelovigen’ of ‘opstandigen’ in Judea, die de financiële ondersteuning van zijn heidenkerken voor de kerk in Jeruzalem dreigen te saboteren. Paulus blijft bij zijn inclusieve evangelie, zoals hij staat voor ‘het kruis van Jezus Christus’. Hij vat het samen in nog een andere vorm van zijn vuistregel: besnijdenis noch voorhuid betekenen iets, maar of je een nieuwe schepping bent (6:15). Voor ieder die zich daaraan houdt, wenst hij vrede en barmhartigheid, ‘en voor het Israël van God’. Er is veel geschreven over de vraag wie dat zijn. Het zijn anderen dan degenen die zich aan Paulus’ regel houden, ofwel de gemeente. Het meest logisch ‒ maar in deze polemische brief onvoorstelbaar voor veel exegeten ‒ is toch dat het hier over het volk Israël gaat, hetzelfde waarvan hij in Romeinen 11:26 zegt dat eens ‘heel Israël’ gered zal worden.


[Lucas 10:1-20]