Joods-Christelijke Dialoog

Romeinen 08: 26-27 - Peter Tomson

Zondag 23 juli 2017

 ‘De Geest komt ons te hulp’

door Peter Tomson

Zie ook de Inleiding die Peter Tomson schreef bij de perikopenreeks uit Romeinen.

(Zie vorige week over de indeling van het hoofdstuk.)
Er is één thema dat de drie lezingen van deze zondag omspant: hoopvol geduld. Het evangelie legt uit dat God het onkruid rustig kan laten groeien, omdat het er met de oogst toch wordt uitgewied, en de profetenlezing stelt ons voor Gods verbazend diepe wijsheid.
Zo horen we vandaag van Paulus dat we in de hoopvolle beweging waarin we worden meegenomen niet alles kunnen overzien. Al eerder sprak hij van ‘zinloosheid’ en ‘vergankelijkheid’, van ‘het lijden van deze tijd’, van ‘de barensnood van heel de schepping’. De vooruitgang gaat vaak niet in een rechte lijn, en lijken tegenslagen de boel op te houden.
Maar ‘hoop die gezien wordt is geen hoop’ (8:24-25, door het rooster overgeslagen). Alles komt erop aan, in welk perspectief we de dingen zien. Is het glas al half leeg, of al half vol? Paulus weet het zeker, het wordt bevestigd door de woorden van de profeten en het verhaal van Jezus’ opstanding: ‘Wij hopen op wat we nog niet zien, wij verwachten het met volharding.’
Het doet denken aan de ‘Dertien Geloofsartikelen’ van de grote joodse arts en talmoed-geleerde Mozes Maimonides (1138-1204), die in het joodse gebedenboek zijn opgenomen aan het eind van het ochtengebed. De laatste twee artikelen luiden: ‘Ik geloof met volkomen geloof in de komst van de Messias, en ook al verwijlt hij (vgl. Hab 2:3), ik zal hem ondanks alles elke dag verwachten, totdat hij komt. Ik geloof met volkomen geloof dat de opstanding der doden zal plaatsvinden op de tijd die behaagt aan de Schepper, gezegend zij zijn naam en verhoogd worde zijn roem tot in de eeuwen der eeuwen.’
Maar het overweldigt ons, wij zijn zwak en ‘wij weten niet wat wij bidden zullen’ (8:26). En daar komt de Geest ons te hulp ‘met woordloze verzuchtingen’. De schepping zucht (8:22) Gods kinderen zuchten (8:23), en als zij niet meer weten wat ze moeten verzuchten, doet de Geest dat voor hen. Gods Geest staat aan de kant van de mensen en bidt voor hen in onuitsprekelijke verzuchtingen, die God zelf begrijpt. Voortgestuwd en gedragen door de adem van de Geest worden we meegenomen in de beweging van Gods koninkrijk.