Joods-Christelijke Dialoog

Jozua 09-12

Onderstaande tekst werd eerder gepubliceerd in “Van Ver Halen, een verhaal achter de bijbelverhalen”, Meinema 2005.

Dr. Piet van Midden doceert Hebreeuws aan de Tilburg School of Catholic Theology, afdeling Bijbelwetenschappen en Kerkgeschiedenis. Hij is op social media actief met een dagelijkse snelcursus Hebreeuws, is schrijver, uitgever en adviseert de reisorganisatie High Flight International.

DE KONINGEN VAN KANAÄN (Jozua 9-12)
Zodra ze hoorden... Wie? Alle koningen (9:1), Adonisedek, de koning van Jeruzalem (10;1), Jabin, de koning van Hasor (11:1). De gelederen sluiten zich om Israël het leven in Kanaan onmogelijk te maken. Eerst wordt er verteld over Chiwwieten, inwoners van Gibeon, die een slim plan uitbroeden waardoor ze een verbond met Jozua kunnen sluiten. Een klap voor de coalitie van Kanaän, omdat Gibeon een koninklijke stad is, groter dan Ai, en haar mannen helden zijn (10:2).
Dat verbond spreekt des te meer tot de verbeelding, omdat in de juist voorgelezen wet is gezegd géén verbond te sluiten met de inwoners van het land…’ (Ex. 34:11.12). De hoofden van Israël die de geldigheid van ook een onbedoeld verbond kennen, beschermen de Gibeonieten en maken hen tot houthakkers voor de hele vergadering (9:21). Jozua treedt vervolgens op en maakt hen tot houthakkers en waterputters van het godshuis (9:23), maar uiteindelijk wordt het een compromis: ze worden waterputters en houthakkers voor de vergadering én het altaar (9:27). Zo heeft iedereen nog wat aan de blunder van Jozua.
Wat is dit onbedoelde verbond waard? Daarop gaat de auteur in het tweede verhaal in: de koningen willen verbondspartner Gibeon een lesje leren. Vijf keer horen we ‘de koning van…’ met alle dreiging van dien (10:3-5; 10:22.23). De vijf herinneren aan de pentapolis van de Filistijnen. De lezer struikelt over het woord ‘koning’, maar liefst negenendertig keer komt hij het tegen. We horen nu ook pas dat Gibeon een koninklijke stad is, terwijl we in hoofdstuk 9 nergens over de koning van Gibeon lezen. Helemaal in de theologische lijn van Jozua gaat in de strijd de Heer voorop, Hij gooit zelfs met hagelstenen (10:11; zie ook Jes. 30:30). En de strijd voor Gibeon wordt omschreven als een strijd ‘voor Israël’ (10:12).
De strijd wordt algemeen een oorlog om het zuiden van het land, waarbij de koningen verslagen worden en het land van de Filistijnen (‘tot Gaza toe..’10:41) en zelfs het ‘hele land van Gosen’ worden genoemd. Een knipoog naar het land Egypte!
Nu komt Jabin, de koning van Hasor opdraven. De laatste loodjes wegen het zwaarst, want er worden zelfs paarden en wagens ingezet (drie keer: 11:4.6.9) en Hasor is ook nog eens ‘de grootste van alle koninkrijken.’ (11:10).

Als slotsom geldt:
‘De Heer heeft Mozes bevolen. Mozes heeft Jozua bevolen, zo heeft Jozua gedaan: Jozua heeft dus gedaan wat de Heer bevolen heeft (11:15). Jozua is daarmee gehoorzaam aan de Tora! Daarom is het allemaal te doen. Uiteindelijk zijn er drieëndertig koningen verslagen. Twee aan de oostkant van de Jordaan (nog verslagen onder Mozes) en eenendertig aan de westzijde, onder leiding van Jozua. Drieëndertig: meer zijn er gewoon niet. Het land wordt ‘koningvrij’ opgeleverd! (12:1-24)