Joods-Christelijke Dialoog

Genesis 02 - uit: P.J. van Midden, Van Ver Halen

Onderstaande tekst werd eerder gepubliceerd in “Van Ver Halen, een verhaal achter de bijbelverhalen”, Meinema 2005.

Dr. Piet van Midden doceert Hebreeuws aan de Tilburg School of Catholic Theology, afdeling Bijbelwetenschappen en Kerkgeschiedenis. Hij is op social media actief met een dagelijkse snelcursus Hebreeuws, is schrijver, uitgever en adviseert de reisorganisatie High Flight International.

MENSEN HOREN BIJ DE AARDE (Genesis 2)
Het eerste scheppingsverhaal wordt afgesloten in Genesis 2: 4A:
‘Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde toen zij geschapen werden.’
Dat is nog helemaal taal van Genesis 1. Het gaat over de hemel en de aarde, de hemel voorop; over scheppen. Maar hierna gaat het over de aarde en de hemel, in de omgekeerde volgorde dus, die worden gemaakt. Het klinkt meteen minder hoogdravend, laag bij de grond. Het tweede verhaal is in alle opzichten anders. Lazen we in Genesis 1 dat er te veel water was, nu is er te weinig. Nog niets lijkt op orde te zijn, maar er wordt al wel een mens gemaakt. ‘Gevormd’ staat er, een term die ook voor de pottenbakker wordt gebruikt. ‘Toen vormde de Heer God de mens, stof uit de aardbodem is hij’. Er staat echt niet: ‘uit stof van de aardbodem.’ Die mens is stof, breekbaar materiaal. Dat hij leeft is een wonder. Dat leven is alleen mogelijk omdat de mens de levensadem van God heeft gekregen. Hij is stof, hoort bij de akkerbodem, in het Hebreeuws de ’adamá. Daarom heet de mens Adam. Akkerman, aardman betekent dat. Daarmee is aan hem zijn plek gewezen: de mens hoort bij de aarde, God hoort bij de hemel. En hij krijgt een tuin om in te leven. Het beeld dat wordt opgeroepen, is dat van een droomwereld, een kijkdoos aan mogelijkheden, zeker voor de mensen in Israël die vaker op een houtje moesten bijten dan wij vaak voor mogelijk houden. Een tuin omringd door rivieren en vol bomen, een luxe. Zelfs de levensboom staat erbij én ‘de boom van kennis van goed en kwaad.’ Daarmee is iets heel fundamenteels gezegd: de Adam kan kiezen. Kiezen voor het leven. De levensboom staat ervoor. Dat is dan wel leven als Adam, als akkerman. Dat formaat heeft de mens nu eenmaal meegekregen. Maar hij kan ook kiezen voor ‘de boom van kennis van goed en kwaad’. Dat is de andere mogelijkheid. Later zal Mozes het Israël nog eens voorhouden: ‘Er zijn twee wegen, de ene loopt dood en de andere is de weg met God. Kies maar.’ Het is nooit anders geweest.
De adam heeft een taak: de tuin ‘bewerken en erover waken’. Voor ‘bewerken’ heeft het Hebreeuws dienen. De mens heeft een dienende functie, een landbouwer dient de aarde en niet andersom! Het is goed dat woord dienen in het achterhoofd te houden voor het volgende hoofdstuk. Maar eerst horen we dat die mens niet compleet is. Nadat we in Genesis 1 steeds gelezen hebben ‘Het was goed, het was goed, het was zeer goed’ vinden we hier het oordeel ‘Het is niet goed’. De Heer God zegt: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is’. Hij zal een hulp maken ‘tegenover hem’. De vertaling ‘een hulp die bij hem past’ doet wat koddig aan, alsof het om een geslaagde relatiebemiddeling gaat. De tekst wil juist zeggen dat de mens zonder een hulp tegenover zichzelf niet kan bestaan, in wat voor relatie dan ook. Hij heeft een ‘tegenover’ nodig, maar hoe vind je die? De mens benoemt zijn omgeving en brengt die daarmee in kaart. Maar de dieren geven geen herkenning, zijn geen ‘tegenover’. Daarom wordt het prachtige verhaal verteld over de schepping van de andere mens, ‘een rib uit zijn lijf’ als de mens slaapt. ‘Hij geeft het zijn beminden in de slaap’ zullen we later zingen in de psalmen. De adam weet er alles van. Als hij wakker wordt uit zijn narcose roept hij meteen uit:
‘Dit is het helemaal,
gebeente van mijn gebeente,
vlees van mijn vlees’ (2:23).
We moeten ons bedenken dat ‘gebeente’ niet zoiets betekent als een kalkverbinding. Het woord betekent in het Hebreeuws ook ‘je identiteit’. Je gebeente is je wezen, zoals je ten diepte bent. ‘Jij bent wie ik ben’, dát is de herkenning van de adam. En die andere mens is vlees, net als hijzelf. Dat duidt niet zozeer op het ‘vlees op zijn botten’. Vlees betekent in de bijbel vaak: kwetsbaar materiaal. De mens en zijn tegenover zijn breekbaar, naakt. Maar met elkaar als tegenover gaan ze ervoor.

Toelichting

Hieronder toelichtingen op de zondagslezingen voor de komende 4 weken.