Joods-Christelijke Dialoog

Genesis 04: 1-6 - uit: P.J. van Midden, Van Ver Halen

Zondag 15 april 2018

DE MENS EN ZIJN BROEDER

Door Piet van Midden
Uit: Van Ver Halen

Na het verhaal van de tuin, over de mens en zijn vrouw die als God willen zijn, volgt nu het verhaal over de mens en zijn broeder. De adam heeft gemeenschap met Eva, zijn vrouw. Eva heeft al een eigennaam gekregen. Chawwa in het Hebreeuws, ‘zij die leven geeft’. Eva is de moeder. Zij wordt zwanger en baart Kaïn. Als we de vertalingen volgen is het net of Eva een deemoedige tekst op een geboortekaartje uitspreekt:
‘Met behulp van de Heer heb ik een man gekregen’ (4:1).
Maar de Hebreeuwse tekst heeft een veelzeggend grapje. Je hebt evenveel recht om te vertalen: ‘Net als de Heer heb ik een man gemaakt.’ Het is een tekst met een dubbele bodem. Eva zegt: ‘De Heer kan er wat van, maar ik ook!’ En wat voor man: Kaïn! Die naam doet denken aan strijdhamer. En inderdaad, hij timmert er straks op los.
‘Zij ging verder met baren’, vervolgt de tekst. De adam komt er niet meer aan te pas en daarmee suggereert de tekst dat het om tweelingen gaat. Abel wordt geboren. ‘Pluisje’, ‘wolkje’, ‘nietsje’ betekent die naam. Straks begint het boek Prediker ermee: ‘Lucht en leegte,‘ijdelheid der ijdelheden, abel van de abels’ staat daar.
In de naamgeving wordt het patroon van het verhaal al ontrold. Strijdhamer en Nietsje, hoe moet dat samen? We moeten erop letten hoe die Abel verder wordt gekwalificeerd. Hij heet in de tekst steeds ‘de broeder’. Dat is wat van Abel wordt verteld: hij is een broeder, ook al zegt hij in het hele verhaal geen woord. Hij zwijgt en wordt als een sprakeloos lam ter slechting gevoerd.
Kaïn wordt landbouwer, ‘dienaar van de aarde’ staat er. Nota bene de opdracht die de Heer aan Adam gegeven had. Daar is dus niets mis mee. En Abel wordt schaapherder. De broeders hebben de hoofdberoepen van de oude Israëlieten. En beiden brengen ze eerstelingenoffers, ze gaan gelijk op. Het probleem ontstaat in vers 4 als we lezen dat de Heer naar het offer van Abel wel en dat van Kaïn niet omkijkt. Er staat niet bij dat de rook van Kaïns offer neersloeg. Dat soort beeldvorming is vaak ontstaan door de tekeningen die in de oude Statenvertaling het verhaal illustreren en die een hardnekkig leven leiden. We moeten het vers niet volstoppen met onze ideeën over verkiezing of voorkeur. De enige hint die de tekst geeft, is de naam Abel: ‘nietigheid’. Als je de Heer van Israël een beetje kent, weet je dat hij een zwak heeft voor kwetsbare mensen.
Kaïn is boos en zijn gezicht ‘valt’ alsof hij met zijn hoofd naar beneden loopt. De Heer spreekt hem daarop aan en waarschuwt hem dat elke stap die hij zet hem verder achterop helpt. Des te meer reden om door te lezen na die waarschuwing. Kaïn zei tot zijn broer:...
Wat zei hij? In de Hebreeuwse tekst staat veelzeggend niets. Ook niet ‘Laten we het veld ingaan’, wat in de Griekse vertaling van het Oude Testament is terecht gekomen. Kaïn kán gewoon niets zeggen. En in het veld slaat hij hem dood.
‘Waar is je broeder Abel?’ vraagt de Heer. Na de eerste vraag aan de mens in de tuin van Eden ‘Waar ben je?’ klinkt nu de vervolgvraag ‘Waar is je broeder?’ Het bloed van de broeder roept vanuit de adama, de aardbodem, de plek waar de adam juist thuishoort. Vervloekt jij, wég van de bebloede aardbodem’ klinkt het. ‘Bloed en bodem’ op een wel heel bijzondere manier. Na de verdrijving uit de tuin van Eden volgt nu de verdrijving van de akkerbodem. Niet ‘uit het land’ of zoiets. Het gaat erom dat Kaïn een zwervend bestaan zal leiden, zonder burgerrechten. Zoals later David zal zwerven op de vlucht voor Saul. En zoals in Israël de ballingschap ervaren is als een verdrijving van het cultuurland, de adama.
De mens kreeg buiten de tuin van de Heer beschermende kleren aangereikt. Zo krijgt Kaïn een teken ter bescherming tegen de dood. En hij gaat wonen in het land Nod, ‘Zwerfland’ betekent dat. Hij zet de verwekking van de mensen voort. Er volgt een geslachtslijst die eindigt met Lamech, die roept dat Kaïn zeven maal gewroken wordt maar hijzelf zevenenzeventig maal. Een lijn die uitloopt op moord en doodslag en daarom grijpt de auteur op de eerste mens terug, die nu pas Adam wordt genoemd. En die Set verwekt, in plaats van Abel. Nu zegt Eva: ‘God heeft mij gegeven, toegewezen een andere zoon... Dat is een andere toon dan ze aansloeg bij de geboorte van Kaïn. Het kon haast niet anders dan op een puinhoop uitlopen.