Joods-Christelijke Dialoog

Exodus 24: 12-18

Zondag 12 maart 2017

door Bart Gijsbertsen

Situering en contekst
Kerkelijk jaar: 2e zondag in de veertig-dagen-tijd, zondag Reminiscere.
Synagogaal jaar: op 11 maart 2017 klinkt Sidra Tetsawe (Exodus 27:20 – 30:10). Op 12 maart wordt het Poerimfeest gevierd.

Voorafgaand aan Exodus 24:12-18 vindt de ratificering plaats van Gods verbond met zijn volk. Inclusief een feestelijke maaltijd tussen de verbondspartners. Het volk is vertegenwoordigd door Mozes en zeventig oudsten, en – geloof het of niet – de ENE zelf is eveneens naar de berg gekomen. Hij zit mee aan! ‘Dan klimt Mozes op, met Aäron, Nadav en Avihoe, en zeventig van Israëls oudsten. Zij zien Israëls God; onder zijn voeten: iets gemaakt als plaveisel van saffier, als het gebeente van de hemel zo helder. Naar de edelen van Israëls zonen heeft hij zijn hand niet uitgestrekt; zij aanschouwden God en mochten eten en drinken.’ (Naardense vertaling).
Aansluitend op Exodus 24:12-18 is Mozes op de berg de Wolk binnengegaan. God zelf neemt dan het woord, van Exodus 25:1 t/m 31:17. Tot in detail wordt de ‘blauwdruk’ met Mozes doorgesproken betreffende de bouw van de Misjkan (de Woning cq Tabernakel) en de bijhorende eredienst. Daarna ontvangt Mozes ‘de twee stenen platen van het verbond’.

Overweging
De periode ná het Wekenfeest (Pinksteren) – het feest dat verbonden is met de neerdaling van God op Sinaï – is in de Joodse traditie onder te verdelen in drie perioden van veertig dagen. Veertig dagen is Mozes op de berg (Ex. 24:18). Na het breken van de stenen tafelen begint vervolgens een periode van vasten van veertig dagen (Deut. 9:18), vanaf 17 Tammoez op de Joodse kalender. Daarna is Mozes opnieuw veertig dagen op de berg (Ex. 34:28). Deze periode van honderdtwintig dagen eindigt met de Grote Verzoendag, gevolgd door het Loofhuttenfeest.
Zo bezien verwacht je Exodus 24 – dat dus precies aan deze 3x40-dagen-periode voorafgaat – eerder op het kerkelijk leesrooster tijdens het Pinksterfeest dan in de tijd voor Pasen. Op het Pinksterfeest van Handelingen 2 viert de Joodse gemeenschap immers de ratificatie van het verbond en het geschenk van het Woord dat ‘in vuur en wind’ op hen neerdaalt vanaf de Sinaï. Nu lijken Pasen, Pinksteren en Poerim op één dag te vallen. In zoverre is dat dan toch weer plausibel omdat ze één thema gemeen hebben: exodus, uittocht; de bevrijding uit alle donker en dood in een leven met het Woord.

Na de boekstaving van de hemelse ontmoeting waarin de verbondssluiting wordt bekrachtigd, wordt Mozes apart de berg op geroepen om Tora te ontvangen. De zeventig oudsten blijven achter met Aäron en Chur. Alleen Jozua gaat met hem mee. Het zijn de enige drie personen die naast Mozes met name in dit gedeelte worden genoemd. Of Jozua ook de Wolk binnengaat? Het wordt niet vermeld. Hij blijkt wel later (nog steeds?) aan Mozes’ zijde te zijn als ze de berg weer afdalen (Exodus 32: 15-17).
Maar eerst is er de gang de berg op. Dan wordt pas op de plaats gemaakt: er wordt zes dagen gewacht terwijl de Wolk de bergtop overdekt, teken van de majesteit van de ENE. Op de zevende dag wordt Mozes door de ENE geroepen. De Israëlieten zien Gods majesteit als laaiend vuur op ‘het hoofd’ – rosj – van de berg; en Mozes gaat de Wolk binnen voor veertig dagen en veertig nachten. Althans, zo wordt het onderaan de berg ervaren. Mozes zelf is met de ENE; uit de tijd.