Joods-Christelijke Dialoog

Numeri 06: 24-26

Zondag 1 januari 2017

De priesterzegen

door Dodo van Uden

Vers 24-26: De priesterzegen bestaat uit drie zinnen en elke zin bestaat uit twee delen. In het Hebreeuws worden de zinnen steeds langer: de eerste zin bestaat uit drie woorden, de tweede uit vijf en de derde uit zeven. Ook inhoudelijk vormen de zinnen een opklimmende reeks: elke volgende zin omvat meer en reikt dieper dan de vorige.

Vers 24: Wat er meeklinkt in het woord ‘zegenen’, horen we bijv. in Deuteronomium: ... je kleinvee, je dorsvloer en je perskuip, dat waarmee de Heer je God je heeft gezegend’ (15:14), en: ‘De Heer je God zal je zegenen in heel je oogst en in al het werk van je handen’ (16:15; zie ook 28:3-13). ‘De Heer zegene je’ betekent dus in eerste instantie: Hij geve je voorspoed en succes, gezondheid, familie, vrienden, bevrediging in wat je doet; kortom, een leven dat goed is, materieel en geestelijk.
Maar al die dingen – voorspoed, succes, gezondheid – zijn kwetsbaar. Als we ze hebben, kunnen we er nooit zeker van zijn dat we ze ook houden. En daarom zegt het tweede deel van de zin: ‘Hij behoede je’: Hij behoede je voor tegenslag, voor rampen en teleurstellingen. Hij behoede je ervoor dat je voorspoed en je succes je ongevoelig maken voor de nood van anderen, je verhinderen mens te zijn, te leven.

Vers 25: Het eerste deel van de tweede zin luidt: ‘De Heer doe Zijn gezicht over je lichten.’ Het ‘licht van iemands gezicht’ komt ook op andere plaatsen voor. Allereerst in Spreuken 16:15: ‘In het licht van het gezicht van de koning is leven’. En wat geldt voor een koning, geldt zeker voor de Koning: het lichten van Zijn gezicht betekent voor ons de mogelijkheid tot leven.
Maar er is meer. ‘Hij doe Zijn gezicht bij ons lichten, zodat wij op de aarde Uw weg kennen’ (Psalm 67:2), en: ‘Wie zal ons het goede laten zien? Verhef over ons het licht van Uw gezicht, Heer’ (Psalm 4:7). Het licht van Zijn gezicht laat ons Zijn weg zien, Zijn bedoeling met deze wereld. Het laat ons onze taak zien, onze opdracht. Het toont ons de richting, de bedoeling van ons leven in deze wereld. ‘Want bij U is de bron van leven, in Uw licht zien wij licht’ (Psalm 36:10). De eerste zin van de priesterzegen spreekt over materiële en geestelijke voorspoed, de tweede over de diepere zin van ons leven.
Maar de ontdekking van de zin van ons leven komt niet uit de lucht vallen. Die ontdekking doen we geleidelijk, soms door veel pijn en twijfel heen. En daarom zegt het tweede deel van de tweede zin: ‘Hij begunstige je’. Hij begunstige je met inzicht, met begrip. Met inzicht in de bijbel, de Tora (vgl. Psalm 119:29), met gevoeligheid voor waar het in het leven werkelijk op aankomt. ‘U begunstigt de mens met weten en leert de sterveling begrip’ (de vierde zegenspreuk van het Achttiengebed). Hij geve je de instrumenten, de vermogens om tot de diepere zin van het leven door te dringen.

Vers 26: De derde zin van de priesterzegen vormt de climax: ‘Hij heffe Zijn gezicht naar je op’. Wanneer Hij Zijn gezicht van ons afwendt, zijn we nergens meer: ‘Verberg Uw gezicht niet voor mij, anders word ik als een dode’ (Psalm 143:7). Wanneer Hij Zijn gezicht voor ons verbergt, zijn we gruwelijk alleen: ‘Verberg Uw gezicht niet voor mij, wijs Uw knecht niet af in toorn. U bent mijn hulp, laat mij niet in de steek en verlaat mij niet, God van mijn redding’ (Psalm 27:9). Wanneer Hij Zijn gezicht naar ons opheft, Zijn gezicht naar ons toewendt (Leviticus 26:9), ervaren we Zijn nabijheid, Zijn heel persoonlijke nabijheid. De eerste zin van de priesterzegen spreekt over materiële en geestelijke voorspoed, de tweede over de diepere zin van ons leven en de derde over Gods nabijheid, het hoogste goed dat de mens kent: ‘En ik, Gods nabijheid is mij goed’ (Psalm 73:28).
De laatste woorden van de priesterzegen vatten al het voorafgaande samen: ‘Hij geve je vrede’. Wanneer wij, ieder van ons apart en wij allen tezamen, genoeg hebben om te leven; wanneer wij, ieder van ons apart en wij allen tezamen, weten waartoe we leven; en wanneer wij, ieder van ons apart en wij allen tezamen, God in ons leven dichtbij weten, dan is er sprake van vrede, vrede in onszelf, vrede tussen de mensen en vrede tussen mens en God.