Joods-Christelijke Dialoog

Galaten 04: 4-7

Zondag 1 januari 2017

Vrijgekocht om kinderen te zijn

Door Peter Tomson

Brieflezing bij Num. 6:22-27 (zegen van Aaron) en Luc. 2:16-21 (besnijdenis en naamgeving)

In het koor van de dom van Freiburg i/B zag ik eens een geïllustreerd wandtapijt dat precies uitbeeldt waar het op het ‘octaaf van Kerst’ om gaat: de besnijdenis van Jezus, Luc. 2:21. Een belangrijke christologische les: Jezus was een joods jongetje.
Ondanks hun veroordeling door de orthodoxe kerk veroordeeld, op aandringen van keizer Constantijn, hadden de Arianen wel degelijk een punt. Het mozaïek in het plafond van het 6e-eeuwse ‘Ariaanse doopvont’ dat nog steeds te bezichtigen valt in Ravenna toont onze Heer, letterlijk piemelnaakt staande in het water van de Jordaan met Johannes, netjes aangekleed, naast hem (aan wie wil stuur ik een foto).

Heel mooi sluit hierbij Gal. 4:4 aan, met die belijdenis-achtige zinnen: Jezus is ‘geboren uit een vrouw, geboren onder de wet’, en zo moet het ook, vindt Paulus. De betekenis van de besnijdenis benadrukt hij in Rom. 3:1-2, zie bij 4 december.

Hij wijdt vervolgens uit over het ‘zoonschap’, dat Jezus’ volgelingen met hem delen, zonen en dochters (2 Kor. 6:18!) van Hem die we met Jezus Abba noemen, in het Aramees, vgl. Mar. 14:36 en de simpele aanhef van Jezus’ gebed volgens Luc. 11:2.
Dat volgt de gedachtenstroom van Galaten: het kindschap van God geldt zowel besneden als onbesneden volgelingen van Jezus, zowel joodse christenen als heidenchristenen.

Het betoog van Galaten als geheel is een verdediging van Paulus’ ‘evangelie voor de heidenen’, waarbij het geloof aan Jezus Messias niet gepaard gaat met de verplichting om de bijbels-joodse geboden zoals sabbat, besnijdenis en spijswetten te houden. Deze verdediging was nodig omdat er geradikaliseerde joods-christelijke missionarissen naar Galatië gekomen waren die verkondigden dat de heidenchristelijke mannen ook besneden moesten worden. Zie verder bij 4 deccember 2016.