Joods-Christelijke Dialoog

Zondag 23 april 2017
Zondag 19 april 2020

Het nieuwe leven

door Reinier Gosker

Petrus: een lust om naar te luisteren!
De eerste brief van Petrus staat voor de hele verdere paastijd op het leesrooster, zes zondagen achtereen, van Zondag Quasi Modo Geniti t/m Zondag Exaudi. In samenklank met de twee andere lezingen uit Tenach en Evangelie is de eerste Petrusbrief een lust om te lezen. Die lust werd al gewekt toen ik de brief hardop aan mijzelf voorlas. Dat kostte me twintig minuten. Maar het waren wel de mooiste minuten van de hele dag. Ik gebruikte de Naardense Bijbel.
Let wel, wees je vanaf vers één bewust dat de Petrusbrief geschreven is voor goyiem die zich bekeerd hebben tot de God van Israël. Zij hebben gehoor gegeven aan het tweede van de Tien Geboden, althans volgens de Joodse telling (Exodus 20,3-6): 'Ge zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben, gij zult u geen beeld ... et cetera'. Deze goyiem hebben de goden van hun voorvaderen (1 Petrus 1,18) vaarwel gezegd (zie mijn bijdrage voor volgend week) en dat heeft vergaande maatschappelijk consequenties. Van dit besef is de schrijver van de brief ('Petrus' is een pseudoniem) doordrongen. Hij zoekt naar een modus vivendi om te kunnen overleven in een voor hem en zijn geloofsgenoten bedreigende wereld, ook al is het maar 'voor korte tijd' (1 Petrus 1,6). De strategie die hij daarvoor aanraadt is mooi samengevat in het zojuist verschenen boek van Henk Janssen & Klaas Touwen: Leef in overeenstemming met de bevrijdende werkelijkheid van Christus! 1)

Quasi Modo Geniti: 23 april 2017 – het nieuwe leven
Genesis 8,6-16 – Noach/raaf en duif
Psalm 111,16 – Confitebur tibi: Ik dank de Ene met heel mijn hart!
1 Petrus 1,3-9 – Het nieuwe leven
Johannes 20,19-23(31) – Verschijning (aan Thomas)
Parasja Sjeminí (22 april) – Leviticus 9,1-11,47 (Haftara: 2 Samuel 6,1-7)

Het hoofdthema van de Sjabbatlezing van gisteren 2) (en van de volgende sjabbat) is de feestelijke inbruikneming van de tabernakel (Leviticus 9,4b). Wie mogen wel/niet naderen ('qrb') tot het heiligdom? Het tragische verhaal over Nadab en Abihoe (Leviticus 10,1-4), nader bepaald door de Haftara uit 2 Samuel 6,1-7 (het ook al tragische verhaal over Oeza), geeft de ernst aan van de zaak, die verder uitgewerkt wordt in de voorschriften omtrent rein en onrein (Leviticus 11 t/m 15) 3) . Van die ernst is ook ook de eerste Petrusbrief doordrongen: het is niet niks dat 'de God en Vader van onze Heer, Jezus Christus (...) ons opnieuw geboren heeft laten worden' (vers 3).

In 1 Petrus 3,3 ligt de directe link naar het Paasfeest dat wij vorige week vierden, overigens gelijktijdig met Pesach (11 t/m 18 april). In de perikoop voor vandaag wordt kort en bondig verteld waar wij acht dagen na Pasen aan toe zijn: we zijn (als goyiem) opnieuw geboren tot levende hoop (door de opstanding van Jezus Christus uit de doden). Deze hoop betreft een erfenis, die weliswaar nog in de hemelen wordt bewaard (vers 4 en 5), maar die niets minder behelst dan 'het einddoel van het geloof: de redding der zielen' (vers 9).

De verbinding met Genesis 8 ligt in het moment dat de duif terugkeert met een olijftakje in haar snavel (vers 11). Noach wacht een zevental andere dagen, stuurt haar vervolgens opnieuw weg – op de achtste dag, 'bajom sjeminí' – en ze is niet meer nogmaals naar hem teruggekeerd (vers 12).
Ook Johannes refereert aan de achtste dag waar hij begint te vertellen (Johannes 20,19): 'Als het dan laat is op die dag, de eerste na de sjabbat (...) komt Jezus binnen en gaat in hun midden staan', – als een duif met een olijftak.

Natuurlijk is 'de achtste dag' een formele categorie. Maar het is wel hét moment dat de nieuw ingetreden situatie (de inwijding van de tabernakel, de olijftak in de snavel van de duif, de opstanding van Jezus) zijn beslag krijgt. Een mooier lied om op deze zondag te zingen dan Psalm 111 ken ik niet.

Reinier Gosker

1) Henk Janssen & Klaas Touwen (red.) 'Steenrots en struikelblok. Petrus in de Evangelies, Handelingen en brieven exegese en preken', Skandalon 2017
2) Bajom hasjeminí = op de achtste dag. Aan deze eerste woorden van Leviticus 9 ontleent de sjabbat zijn naam: Sjabbat Sjeminï
3) Zie: Tenachon 16, pagina 245-246, 258. B. Folkertsma Stichting voor Talmudica, 1987