Joods-Christelijke Dialoog

“De Vernieuwing van het Verbond”
Lieve Teugels

Op 3 mei besprak Adri van der Wal het stuk tekst dat in de Tenach voorafgaat aan deze lezing, en dat en twee maanden eerder als lezing fungeert: Neh 9:g-12. Merkwaardig genoeg ontbreken twee verzen, die kennelijk niet gelezen worden: Nehemia 9:13 en 14.
13 U daalde neer op de Sinai, u sprak met hen vanuit de hemel, u gaf hun juiste rechtsregels, deugdelijke wetten en goede voorschriften en geboden. 14 U maakte uw heilige sabbat aan hen bekend, u gaf hun uw geboden, voorschriften en wetten bij monde van uw dienaar Mozes.
Waarom worden deze verzen niet gelezen? Zijn de vermelding van de Sinai en de Sjabbat wellicht te Joods? Passen ze niet in “De Vernieuwing van het Verbond” zoals deze tekst bekend staat? Vers 15, het begin van de lezing, valt daarom een beetje uit de lucht:
Wanneer ze honger hadden gaf u hun brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet u water voor hen uit een rots stromen. U beval hun het land binnen te gaan en in bezit te nemen, het land dat u hun onder ede had beloofd.
De tekst, inclusief de weggelaten verzen, horen ze bij een lang gebed van de Levieten, ten gehore van de teruggekeerde ballingen (v. 5 e.v.). Ze hebben de Tora herontdekt, en nu loven en danken ze God, roepen al Zijn goede daden vanaf de schepping in gedachte, en richten zich dan vooral op de periode van de Exodus en de openbaring op de Sinai. Ook daar heeft God hen voortdurend bijgestaan en geleid, en brood uit de hemel gegeven. Het vers waar dat genoemd wordt, vers 15, sluit aan bij de Evangelielezing over de vijf broden en twee vissen (Mat 14:13-21) en is daarom wellicht als beginvers gekozen. Vers 16 valt als tweede vers nogal plompverloren:
Maar onze voorouders hebben zich misdragen; koppig als ze waren luisterden ze niet naar uw geboden.
Welke geboden? Vers 13 en 14, waar dat instaat, zijn niet gelezen. Het is aan de toehoorder zelf om in te vullen over welke geboden het gaat. We horen echter wel hoe de Israëlieten deze geboden overtreden: ze misdragen zich en klagen dat ze weer slaven willen worden en vergeten de wonderen. Ze willen zelf een nieuwe leider kiezen, en maken tot overmaat van ontrouw een afgod, een gouden kalf.
Het gebed gaat dan over in dank voor Gods genade. Ondanks alles heeft Hij hen niet verlaten, maar geleid in een wolk en een vuurzuil. Ze kregen zelfs inzicht; en ook manna en water (v. 20). Interessant dat deze twee dingen, inzicht en eten en drinken naast elkaar in een vers staan alsof ze van dezelfde orde zijn.
Hier eindigt de lezing: begin met brood, einde met manna. Inderdaad een goed thematisch verband met Mattheus’ broden en vissen. Ook bij Mattheus gaat het om ellende en een tekort aan brood. Jezus helpt, net als God tijdens de uittocht, met brood. En met het brood komt er ongetwijfeld ook een inzicht dat hier iets nieuws begint.
De lezing uit Nehemia heet “de vernieuwing van het verbond”. Van het oude verbond, geen nieuwe verbond. Het volk, bij monde van de Levieten toont berouw dat ze het verbond (de voorschriften en de geboden en de sjabbat) hebben verwaarloosd. Men erkent dit alles en besluit weer opnieuw te beginnen. Ook het Nieuwe Testament wordt gezien als een nieuw verbond. Vandaar wellicht de, enigszins selectieve, aandacht voor deze tekst.
Een veelbetekenende passage, v. 17, verdient nog wat extra aandacht. Na de schuldbekentenis over de ergste aller misstappen, het gouden kalf, lezen we over Gods eindeloze vergevingsgezindheid. Hij verbreekt het verbond nooit:
Maar u bent een God van vergeving, genadig en liefdevol, geduldig en zeer trouw: u verliet hen niet.
Dit is de bekende genadeformule die we meerdere keren terugvinden in de Tenach. In haar meest uitgebreide vorm staat ze in Exod 34:6-7a, net na de oorspronkelijke episode van het gouden kalf, die de Levieten in Nehemia net in herinnering hebben geroepen.
De HEER1! De HEER2! Een God3 die barmhartig4 is en genadig5, geduldig6, trouw7 en waarachtig8, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst9, die schuld10, misdaad11 en zonde12 vergeeft, en onschuldig houdt13 …
In de Joodse liturgie zijn deze woorden onder andere bekend als onderdeel van de Selichot gebeden met Jom Kippoer. Deze unieke, ontzag inboezemende tekst, wordt meerdere malen herhaald in de liturgie van de Grote Verzoendag, waar hij op een indrukwekkende en ontroerende melodie wordt gereciteerd. In deze verzen openbaart God zichzelf tegenover Moses. In de Joodse traditie spreekt men over de ’dertien attributen van barmhartigheid’ . Hoe het getal dertien precies uit deze tekst wordt afgeleid wordt door de nummers in de vertaling hierboven weergegeven. Terzijde laten we even dat vers zeven halverwege is afgebroken waardoor de moeilijker te interpreteren laatste woorden zijn weggelaten.
Jom Kippoer is de belichaming van waar het hier bij Nehemia om gaat. Twee houdingen komen bij elkaar: schuldbekentenis en beroep op de genade van God, van wie we weten dat Hij genadig is. Dat is Zijn kant van het verbond. Van onze kant moeten we het verbond telkens weer proberen terug op te nemen.