Joods-Christelijke Dialoog

Spreuken 08: 22-31

Zondag 22 mei 2016
Zondag 16 juni 2019

Het begin van Zijn weg

door Dodo van Uden

In Spreuken 8 is de wijsheid aan het woord, de chochma. De midrasj, de klassieke joodse bijbelverklaring, vat chochma hier op als een aanduiding voor de Tora.

In onze pericoop (vers 22-31) zegt de wijsheid/Tora dat zij het begin is van Gods weg (vers 22), dat zij er al was voordat Hij de wereld schiep (vers 23-29). Terwijl de Eeuwige Zijn scheppingswerk verricht, is de wijsheid/Tora aan Zijn zijde, als een amon (vers 30). De betekenis van het woord amon is niet duidelijk.

De meeste vertalingen lezen amon als ‘voedsterling’ (Statenvertaling), ‘troetelkind’ (NBG 1951; Naardense Bijbel), ‘lieveling’ (Nieuwe Bijbelvertaling) of iets dergelijks. Maar ook andere vertalingen komen voor: ‘uitvoerster’ (Willibrordvertaling), ‘kunstenares’ (Leidsche vertaling), ‘werkmeesteres’ (Luthervertaling).

Ook de midrasj oppert verschillende mogelijkheden voor de betekenis van amon. Zo lezen we in de midrasj-verzameling Genesis Raba:

Rabbi Hosjaja Raba begon [zijn uitleg van Genesis 1:1] met Spreuken 8:30: “Ik was amon bij Hem”.  Amon [kan betekenen] ‘een leermeester’; of ‘bedekt’; of ‘verborgen’; of ‘groot’ […].

Een andere uitleg: Amon [betekent] ‘een handwerksman’ (oeman). De Tora zegt: ik was het gereedschap dat de Heilige-gezegend-zij-Hij gebruikte voor Zijn handwerk [nl. de schepping van de wereld]. In de wereld gaat het als volgt toe: Wanneer een koning van vlees en bloed een paleis wil bouwen, dan bouwt hij het niet vanuit zijn eigen kennis en kunde, maar vanuit de kennis en kunde van een oeman (bouwmeester). En de oeman (bouwmeester) bouwt het niet vanuit zijn eigen kennis en kunde, maar hij heeft beschrijvingen en tekeningen [die hem vertellen] hoe hij de kamers moet maken en hoe de deuren.

Evenzo kijkt de Heilige-gezegend-zij-Hij in de Tora en schept de wereld. En de Tora zegt: ‘Met het begin (reesjiet) schiep God de hemel en de aarde’ (Genesis 1:1). En ‘begin’ (reesjiet) heeft hier betrekking op de Tora, zoals gezegd is: ‘De Eeuwige verwierf mij [de Tora] als begin (reesjiet) van Zijn weg’ (Spreuken 8:22). [Genesis Raba 1,1]

In Spreuken 8,22 zegt de Tora dat hij de reesjiet, het begin, is van Gods weg. Be-reesjiet, het eerste woord van Gen 1,1, betekent volgens deze midrasj dus niet alleen ‘in het begin’, maar ook ‘met de Tora’. God begint met de Tora en daarna gebruikt Hij de Tora om de wereld te scheppen.

In deze midrasj wordt de gedachte verwoord dat de Tora meer is dan een boek met verhalen en voorschriften. De Tora is als het ware het bouwplan dat God gebruikt om de wereld te scheppen. En dat betekent dat de principes van de Tora fundamenteel zijn voor de opbouw van de wereld. Zonder Tora geef leefbare wereld.