Joods-Christelijke Dialoog

Genesis 28: 10-22

Zondag 25 september 2016
Zondag 28 april 2019
 

door Eeuwout van der Linden


Mystieke tekst
Het verhaal van de droom van Jacob is een verhaal waarin vele betekenislagen zitten. Het is maar net waar je het accent op laat vallen. Vaak en terecht is het gelezen als een mystieke tekst, in zowel de Joodse als de christelijke traditie. De Jacobsladder verbeeldt de pendelbeweging tussen God en mens. Over mystiek valt veel te zeggen. Vanuit de joods-christelijke ontmoeting is het wellicht niet het eerste onderwerp van gesprek. Daarmee laat je belangrijke noties liggen. Op de luister-cd Kabbala, Een introductie in de Joodse mystiek, zegt Leo Mock dat mystiek een antwoord is op onze ervaring van de kloof tussen de mens en het goddelijke. De mysticus wil die kloof dichten, de afstand tussen God en mens overbruggen. Vanuit Bijbels gezichtspunt blijft er altijd het onderscheid tussen Schepper en schepsel. Tegelijkertijd kan een mystieke uitleg een traditie in beweging brengen wanneer die dreigt te stokken of in tijden van vervolging dreigt opgebroken te worden, aldus Mock.

Godsontmoeting
Er vindt een ontmoeting met God plaats. Hoe komt deze tot stand? Wat gebeurt er met Jacob? Wat verandert dat? Een paar notities bij de tekst.

Uittrekken en op weg gaan
In vs. 10 staat dat Jacob wegtrekt (jatsa) uit Berseba en op weg gaat naar Charan. Het lijkt eenzelfde beweging als die van Abraham. Je moet achterlaten en loslaten, wegtrekken uit het vertrouwde en op weg gaan. Rasji merkt op dat een vertrek van een rechtvaardig mens indruk achter laat: daarom wordt wat dubbelop gezegd dat Jacob weggaat en op weg gaat. En, vervolgt Rasji, er staat wel dat hij naar Charan gaat maar niet dat hij daar aan komt. In de mystieke literatuur gaat het om de weg.

De plaats bereiken
De NBV vertaalt dat Jacob bij ‘een plaats’ aankomt. Dat kan een toevallige plaats zijn, je stopt immers ergens om te slapen. Joodse uitleggers nemen hiermee geen genoegen. Ze wijzen erop dat er een bepaald lidwoord voorstaat. De plaats is bekend. Jacob ‘geriet an jenen Ort’, vertaalt Martin Buber. Welke plaats? Het moet wel de plaats van de berg Moria zijn, waar later de tempel van Salomo zal staan, zeggen sommigen. Je kunt wellicht ook zeggen dat de plaats waar je God ontmoet (en God jou) altijd ‘de plaats’ wordt.

Steen aan het hoofdeinde
In de gebruikelijke voorstelling legt Jacob een van de stenen onder zijn hoofd en zo vertaalt de NBV het ook. Dat is hard slapen. Met een mystieke interpretatie: je hebt er letterlijk een hard hoofd in, droombeelden van waar je vandaan komt en van je verleden houden je in de nacht bezig. Er zijn rabbijnse uitleggingen die eerder denken aan het plaatsen van een steen bij zijn hoofd ter afscherming of bescherming. ‘Tegen de wilde dieren’, zegt Rasji). Martin Buber suggereert dat eveneens met zijn vertaling: ‘und richtete ihn für sein Haupt’. En zo tekent Chagall het ook (zie onder). Want op een ondefinieerbare plaats, ergens in je leven, kun je besprongen worden door beren en leeuwen op je pad. Hoe wapen je je daartegen?

Droom
Dromen zijn bedrog, maar niet in het bijbelse taalgebruik. Er wordt wat af gedroomd. Jozef is een meesterdromer. Het is een bijbelse manier om een ander zicht te krijgen op de werkelijkheid, een vertekend beeld waardoor je scherper gaat zien.

Ladder
Het is zo’n gewoon woord, en toch is het hier de enige keer dat soelam, ladder, in de Bijbel voorkomt. Soms wordt ladder met trap vertaald, en wordt dit in verband gebracht met de tempeltoren of ziggurat (vgl. toren van Babel). Maar dit is een te massief beeld. Een ladder is dynamischer en speelser. Merkwaardig detail is dat de engelen opstijgen en neerdalen, in deze volgorde die je juist andersom zou verwachten. De beweging begint bij de slapende Jacob. Hij wordt al vergezeld door engelen, die zijn situatie en zijn leven hogerop brengen. Voor Leo Mock staat de ladder symbool voor een spiritueel proces dat uiteindelijk tot een (privé-)openbaring leidt. Tenminste, als je daarvoor bereid bent offers te brengen en God je de bijzondere ervaring van een openbaring schenkt uit genade (In de marge van de Parsje. Notities bij de wekelijkse Tora-lezing). En rabbijn R. Evers wijst erop dat ieder mens zijn eigen Jacobsladder, zijn eigen groeipotentieel heeft (Van week tot week. Gedachten over de Tora).

malach
In de Bijbel komen tal engelen voor. De letterlijke betekenis is ‘bode, boodschapper’. Ze kunnen zich tonen in een menselijke gedaante. ‘Engelen dienen als een uitlaatklep, ze vormen een compromis of versoepeling binnen het strenge monotheïsme van het oude Israël’, schrijft Arthur Green in En dit zijn de woorden. Je weet het nooit of je alleen maar een mens ontmoet: het kan een engel zijn. Engelen pendelen heen en weer tussen hemel en aarde. Net als God zelf en sommige bijbelse gestalten, zoals Mozes en Aäron, op de berg Sinaï. Er is meer beweging tussen hemel en aarde dan je zou verwachten.

God spreekt
In de vss. 13-15 spreekt God (JHWH, de Ene) voor de eerste keer tot Jacob. Wanneer je eigen leven poreus wordt tot in de hemel kun je Gods stem gaan horen. In enkele verzen komt hier de hele bijbelse boodschap naar voren. God is Een; Hij gaat een weg door de geslachten heen; er is de belofte van land - een plaats om te leven - voor de nakomelingen van Jacob/Israël; God is tegelijkertijd de God van de hele aarde; de Ene gaat met je mee; de Eeuwige verlaat je niet. Vanuit het joods-christelijke gesprek resoneert er veel mee in juist deze verzen.

Ontwaken
Jacob ontwaakt (een spiritueel begrip) en roept uit: ‘God was op deze plaats en ik was me er niet van bewust!’ En hij noemt die plaats ontzagwekkend. Wat betekent dit? Raph Evers schrijft: ‘Rasji verklaart het als volgt: “Wanneer ik geweten had, dat G’d op deze plaats was, had ik hier nooit geslapen”. Had Ja’akov deze inspiratie dan willen missen? Natuurlijk niet! Maar hij schaamde zich, dat hij voor deze grote profetische openbaring totaal geen moeite had gedaan. Hij kreeg het gratis en voor niets. Dat was onjuist in zijn ogen. Ja’akov was de man die overal voor wilde werken en alles zelf wilde verdienen. Een doordenkertje in onze verzorgingsmaatschappij’ (Van week tot week). Wie zegt dat het jodendom geen genade kent?

Een gelofte doen
In vs. 20 doet Jacob een gelofte. Het Hebreeuwse woord voor gelofte is neder, een belofte tegenover God om iets specifiek te doen. Een van de belangrijke traktaten in de Talmoed heet Nedarim, geloften. In de Joodse bijbelcommentaren ontspint zich een hele discussie over wat Jacob hier nu precies aan het doen is. Sommigen hebben moeite met zijn houding, die op marchanderen lijkt. ‘Als God... dan...’. Don Jitschak Abravanel ziet het eerder als een soort koehandel. Rabbi Jaäkov ben Jitschak Asjkenazy ziet het anders. Deze teksten gaan allereerst over de plaats waar het allemaal gebeurt: Bethel. Volgens hem belooft Jacob iets in deze trant: ‘Als God me helpt en beschermt, zal ik God precies op deze plek aanbidden; als God dat niet doet, zal ik God natuurlijk nog steeds aanbidden, maar niet noodzakelijkerwijs op deze plek’ (Harvey Fields, Berésjit. Een Toracommentaar voor onze tijd). In ieder geval raadt de Talmoed aan voorzichtig te zijn met geloften: ‘Het is beter een goede daad te doen zonder dat men een gelofte aflegt’ (Nedariem 77b).

Verbeelding

Chagall etsIn het werk van Marc Chagall komt de Jacobsladder verschillende keren terug. In twee verbeeldingen weet hij verrassend dicht bij de bijbeltekst te blijven, op zijn eigen creatieve en vrije manier. In een ets uit de periode 1931-1939 zien we Jacob tegen een steen aan liggen, met zijn arm onder zijn hoofd. Engelen pendelen heen en weer op een wankele trap. De aarde is met de hemel verbonden. De Godsnaam staat boven in geschreven. Er is een uitdijende lichtbundel vanuit de hemel die Jacob helemaal omringt. Een baardige figuur komt op zijn kop omlaag gevlogen. Wie is het? Het lijkt door zijn gestalte een aartsvader, of is het Jacob zelf en zien we een innerlijke beweging en worsteling?

















Chagall schilderijIn Jacobs droom, een schilderij in de serie Message Biblique, uit de periode 1954-1966, is er veel meer kleur. Een engel komt in een blauw kleurvlak aangezweefd, viervleugelig, met in de handen een menora met brandende kaarsen. In het kielzog van de engelvlucht wordt een gekruisigde Jezusfiguur meegezogen, bij Chagall vaak een beeld van het lijden van het Joodse volk. Jacob slaapt in het rood half rechtopstaand. Oplichtende gele engelen dansen om de ladder heen. Allerlei vage beelden van een vrouwenfiguur en een haan kronkelen rond de ladder. Uit deze mystieke ervaring zal Jacob anders tevoorschijn komen...