Joods-Christelijke Dialoog

Zondag 20 augustus 2017
Zondag 16 augustus 2020


De Kananese vrouw

door Dick Pruiksma

Inleiding
De tekst van Matteüs 15: 21-28 levert niet veel problemen op. Het is eerder de geschiedenis van de uitleg die erom vraagt met de tekst zelf geconfronteerd te worden. Dan blijkt dat het een te gemakkelijke uitleg is dat Jezus door de vasthoudendheid van deze vrouw gedwongen is om zijn opvattingen en werkwijze te wijzigen. Met andere woorden: dat vanaf nu, naast Israël, ook de volkeren in het vizier van het heil komen. Niettemin lezen we een in vele opzichten grensoverschrijdend verhaal.

Over grenzen 1
Binnen het Romeinse rijk veranderden territoriale grenzen soms snel. Bijvoorbeeld na de dood van Herodes de Grote toen zijn gebied verdeeld werd onder zijn zonen. Het begrip buitenland is dus relatief. Jezus reist niet naar een gebied waar opeens alleen maar niet-Joden wonen. De diaspora is overal. Soms wordt zelfs gevraagd of Jezus in dit verhaal het gebied van Tyrus en Sidon wel echt binnen gaat. Of hebben de vrouw en Jezus elkaar aan de grens ontmoet?2 In andere verhalen is het evenwel duidelijk dat Jezus wel degelijk in gebieden is geweest die niet tot het Joodse hartland gerekend kunnen worden. Zelfs al is zijn actieradius beperkt gebleven tot het platteland rond het meer van Galilea. Maar wanneer een grote kudde zwijnen in dat meer verdwijnt, dan kun je er rustig van uit gaan dat de meerderheid van de bevolking daar ter plaatse niet Jood is. Kortom, grenzen zijn vloeiend en ook de bevolkingssamenstelling verandert geleidelijk.

Er zijn ook andere dan territoriale grenzen. Bijvoorbeeld ethische en religieuze grenzen. En dan maakt het in principe niet uit in welk gebied je je als Jood bevindt. Overal is het de vraag wat de omgang met niet-Joden betekent. Het kan niet anders of er is interactie tussen beide groepen. Maar waar ligt de grens? Het gesprek van Jezus en deze vrouw gaat over eten. Maar Hij gaat haar huis niet binnen, laat staan dat ze samen aan een tafel het brood delen waar het gesprek over gaat. Die grens blijft gehandhaafd.

Binnen de eigen groep, bijvoorbeeld het Jodendom toen en nu, zijn meningsverschillen mogelijk over de vraag wie tot de groep behoren. Hoe zit het met die verloren schapen van het huis Israëls? Vallen die in het komende oordeel buiten de groep? Volgens Gabriele Boccaccini moeten we onder de verloren schapen hen verstaan die in het nabije oordeel geen stand zullen houden vanwege hun ontrouw aan de Torah van Israël. Er is nog een klein beetje hoop. Wanneer zij omkeren kunnen zij alsnog vergeving ontvangen.3 Daartoe is de Zoon des mensen gekomen: om zonden te vergeven. De rechtvaardigen hebben de heelmeester niet nodig. De verloren schapen wel.4 In heel deze discussie spelen heidenen en heidenvolkeren geen enkele rol.

Er zijn tenslotte ook de economische en sociale grenzen die groepen binnen de samenleving scheiden. Tyrus en Sidon zijn in de Bijbelse teksten altijd op de achtergrond aanwezig geweest. Jesaja 23 en Ezechiël 28 zijn geheel aan beide steden gewijd. Met name in Jesaja 23 is duidelijk dat de profetische kritiek zich richt op de enorme rijkdom die in beide handelssteden was vergaard.5 Laten we aannemen dat deze vrouw uit eigen ervaring spreekt wanneer ze zegt dat zij haar gezin moet voeden van wat er overschiet van de tafel van de rijken. De boerenbevolking op het platteland produceert voor de welvarende stedelingen in Tyrus en Sidon. Maar voor de voedselproducenten zelf blijven slechts kruimels over. Meer is er niet voor haar gezin. Wanneer dat haar dagelijkse ervaring is, dan kan de afwijzing van Jezus er ook nog wel bij.

Grensoverschrijdend?
Om te beginnen moet de conclusie luiden dat Jezus na zijn ontmoeting met deze heidense vrouw zijn opvattingen en werkwijze niet fundamenteel heeft gewijzigd. Doel van zijn verkondiging van het Koninkrijk is en blijft het herstel van Israël. De heidenenvolkeren zijn voor deze ontmoeting en erna niet Jezus’ doelgroep. Op zijn best zou men kunnen zeggen dat met een verhaal als dit gepoogd wordt om achteraf de zending onder de heidenen in het evangelie en dus in Jezus’ eigen optreden te verankeren. Wills die in Jewish Annotated New Testament het Markus-evangelie van commentaar voorziet, meent daarom dat het hier gaat om een vertegenwoordigster van de vroege niet-Joodse volgelingen van Jezus.6 Wie graag gezien had dat Jezus hier voorgoed de grenzen van het Jodendom en de Joodse praktijk overschrijdt, moet teleurgesteld worden.

Datzelfde geldt voor wie daarentegen het Jood-zijn van Jezus tot het Jodendom wil beperken. De heidenvolkeren zijn immers niet de doelgroep van Jezus. Maar Wills en Merz (zie noot 1 en 6) wijzen nadrukkelijk op de mogelijkheid dat Jezus door de enkele ontmoetingen met niet-Joden gaandeweg meer open minded kan zijn geworden. Niet ten aanzien van de groep maar in het contact met een individu tijdens een toevallige ontmoeting.
Het zou kunnen zijn dat wij na twintig eeuwen Christendom zo’n negatief beeld van het Jodendom hebben opgebouwd, dat het ons verrast wanneer zo’n open individueel contact mogelijk blijkt. Dat verandert niets aan de basis: Jezus richt zich op het herstel van Israël. De wending naar de heidenvolkeren is van later datum. “Pas na de opstanding overschreden de apostelen consequent de grenzen van Israël en nam het zoeken van ‘het verlorene’ in de onafzienbare wereld van heidenen een aanvang”.7

Kortom, in dit verhaal wordt Jezus niet minder Joods. Misschien wel meer mens. De Jood Jezus leeft bij de waarden die met het Jood-zijn verbonden zijn. Maar (uiteraard!) is dat niet in tegenspraak met een openstaan voor anderen.

1. Voor deze bijdrage heb ik veel ontleend aan de aantekeningen die ik maakte van een helaas (nog) niet gepubliceerde lezing die prof. Anette Merz hield tijdens een studiedag van Kerk en Israël PKN in het voorjaar van 2016.
2. The Jewish Annotated New Testament, 29: It is not clear that Jesus enters the Gentile district.
3. De opmerkingen van prof. Gabriele Boccaccini waarnaar verwezen wordt zijn te vinden in de lezing die hij hield tijdens de Kerk en Israël conferentie in Lunteren, in het najaar van 2016. Zie het “Dossier Conferentie Lunteren” op deze website.
4. Het beeld van de verloren schapen is uiteraard afkomstig uit Tenach. Ze zijn (Jeremia 50:6) door hun herders in de steek gelaten en zijn verloren omdat ze de weg naar de schaapskooi niet zelf kunnen terug vinden. Het beeld van de verloren schapen is een uiting van kritiek. Zelfkritisch in Jesaja 53:6. Maar zeker ook maatschappij- en religie kritisch zoals in Ezechiël 34.
5. Meer tekstverwijzingen in JANT, 22.
6. JANT, 75.
7. C.J. den Heyer, De messiaanse weg 2, Jezus van Nazareth, 162.