Joods-Christelijke Dialoog

Lucas 10: 1-20

Zondag 3 juli 2016 

De uitzending van de 72 (of 70)

door Peter Tomson

Het eerste vers is voer voor textcritici. Volgens het belangrijke Vaticaan-handschrift (B) e.v.a. zendt de Heer 72 leerlingen uit; in het minstens even belangrijke Sinaï-handschrift (א) e.v.a. ontbreekt het woordje δύο en zijn het er 70 (zelfde rolverdeling in 10:17). Hier moet je kiezen; daarover straks. Het tweede probleem maakt niet uit voor de vertaling: volgens א c.s. zendt de Heer ze ἀνὰ δύο, volgens B c.s. ἀνὰ δύο δύο. Het betekent allebei ‘twee aan twee’. Het verschil is volgens de grammatica (BDR) dat ἀνὰ δύο goed Grieks is, maar δύο δύο semitiserend (Mar. 6:7!), en ἀνὰ δύο δύο is dus een mengvorm van goed en semitiserend Grieks. Ik zou voor goed Grieks gaan, ook gezien Lucas’ goede reputatie op dat gebied.
Het vraagstuk van 70 of 72 is interessanter, en het is moeilijk om hier ‘belangeloos’ te beslissen. Is het 70 vanwege de volken van de wereld (Gen. 10:2-31)? Maar Mozes koos ook 70 oudsten (Ex. 24:1; Num. 11:16, 24). In Luc. 9:1 zendt de Heer ‘de twaalf’ uit zonder een specifiek adres te noemen, in 24:47 worden de twaalf (dan nog elf) ‘tot alle volken’ gezonden. Anderzijds is 72 natuurlijk 6 x 12, zes per stam van Israël. Curieus is dan weer dat de Septuaginta in Gen. 10:2-31 tot 72 volken telt! De Septuaginta is belangrijk voor Lucas, dus misschien is 72 toch beter.
Nog boeiender is dat Lucas twee uitzendingen van apostelen heeft, ongetwijfeld op grond van bronnen (1:1-4!). Dat zou betekenen dat Lucas 10 uit een ons onbekende bron komt, want Lucas 9 volgt min of meer Marcus 6. Als je ook nog denkt aan het ‘zendingsbevel’ in Hand. 1, komt het totaal in Lucas-Handelingen op drie uitzendingen!

‘Zending’ is in nieuwtestamentisch-joodse termen hetzelfde als ‘apostolaat’, het uitgestuurd worden als gevolmachtigde om te handelen in naam van de zender. Lucas herhaalt niet wat hij aan het begin van de uitzending in 9:1 heeft gezegd, nl. dat de apostelen worden uitgezonden met kracht en volmacht over ziekten en demonen, om het Koninkrijk Gods te verkondigen en te genezen. In 10:8-9 worden wel vergelijkbare dingen gezegd, maar dan in het voorbijgaan temidden van allerlei praktische aanwijzingen. Sowieso zijn in Luc. 10 de aanwijzingen voor het ‘apostelbestaan’ veel uitgebreider; zo lijkt het of de uitzending in Luc. 9 een eerste, minder uitgewerkte aanzet was.

De aanwijzingen hebben vooral betrekking op het levensonderhoud tijdens de zendingstocht. Paulus verwijst kernachtig naar deze regels: ‘De Heer heeft geboden dat zij die het evangelie verkondigen, ook van het evangelie moeten leven’ (1 Kor. 9:14). Het gaat over onthaald worden, eten en drinken, kortom levensonderhoud (9:4-5). Paulus haalt de dorsende os erbij, die niet gemuilband mag worden maar moet kunnen eten tijdens zijn werk, en dat slaat natuurlijk op landarbeiders bij de oogst (9:8-10, Deut. 25:4). De achtergrond van deze regels ligt waarschijnlijk inderdaad in de halacha (joodse leefregels) over de rechten van landarbeiders, die grotendeels gebaseerd zijn op (of verdere invulling geven aan) Deut. 23:25-26.
In het vervolg gaat het over verwerping van het evangelie. Handelingen staat daar vol van, en het ‘afschudden van het stof’ komt daar, veelbetekendend, tweemaal voor (Hand. 13:51; 22:23).

Het laatste stukje, over de terugkeer van de (twee en) zeventig, bevat zeldzame spreuken (alleen in Lucas) over Satan die als een bliksem uit de hemel valt (vgl. Openb. 12:8) en het treden op slangen en schorpioenen (vgl. Ps. 91:13). Jezus als apocalyptisch profeet die het Koninkrijk Gods ziet doorbreken in het eindtijdelijk weerlicht van het heden.