Joods-Christelijke Dialoog

Johannes 06: 1-15

Zondag 11 maart 2018
Zondag 29 juli 2018 (alt. rooster)
door Theo Witkamp

‘Johannes’ heeft zijn versie van de broodvermenigvuldiging al toegeschreven naar de broodrede die later volgt. Vanaf het begin gaat het bij hem om onderricht. Het wonder vormt lesmateriaal voor de lezer.
Zo wordt Jezus direct als Mozaïsche leraar getekend (6:3) en wordt er een link met het paasfeest gelegd (6:4, waarmee voor de goede verstaander vooruitgewezen wordt op het pascha van zijn dood). Zoals steeds bij Johannes zo heeft ook hier Jezus het initiatief (6:5) en niet zijn leerlingen (vgl. Mar 6 parr.). Dat het gaat om onderricht aan de leerlingen blijkt vervolgens uit de manier waarop Jezus start: hij gebruikt het moment dat hij de menigte aan ziet komen om aan Filippus een vraag te stellen met de bedoeling om hem te testen. Zal hij begrijpen wat Jezus bedoelt? Helaas blijkt dat niet het geval te zijn, net zomin als Andreas dat zal lukken, want beiden verstaan de vraag al te letterlijk. Ze missen het inzicht.
Zo worden wij als lezers uitgedaagd om slimmer te zijn dan zij. Wie heeft al door dat het om ander brood zal gaan, zoals we vanaf vs. 26 zullen horen? Wie zal snappen dat wat overblijft van de broden (vs.12-13) vooruit wijst op de gelovigen, die Jezus als een gift van de Vader ontvangen heeft en die hij niet verloren zal laten gaan (vs.39)? En snappen wij waarom Jezus zich onttrekt aan de wens van de menigte om hem tot hun geestelijk en politiek leider uit te roepen (vs. 14-15)? Verschillende vormen van Joodse messiaanse verwachtingen worden hier geformuleerd: is hij de profeet als Mozes (vs.14) of is hij de koning (vs.15) of moeten we beide verwachtingen combineren en is hij de profetische koning (cf. Philo)? En waarom onttrekt Jezus zich eigenlijk? Is hij dan niet de vervulling van deze verwachtingen volgens Johannes? Ja, hij is het wel, maar slechts op zijn eigen condities. Hij is door God gezonden en spreekt diens woorden, dus hij is de profeet par excellence. Maar als je de ‘tekenen’ niet goed interpreteert, ontstaan er slechts misverstanden (6:27; 9:16-17). Hij is ook de koning die tot het zijne komt (12:15), maar wanneer je dit al te aards verstaat (18:36), kan Jezus niet anders dan zich distantiëren. De scheiding waarop Joh 6 uitloopt (vs.66) kondigt zich in vs. 15 al aan.
Het gaat de evangelist erom dat zijn lezers gaan inzien, dat Jezus niet de aardse held is, die de al te menselijke verlangens in vervulling doet gaan, maar dat hij degene is die de hemelse werkelijkheid op aarde brengt en de mensen bevrijdt uit de grot van hun onwetendheid om ze tot ware kennis van God te brengen (1:18). Helaas zijn de meesten hiervan echter niet gediend, zoals ook Plato al schreef met herinnering aan het lot van Socrates, maar de zaak is niet gesloten en de mogelijkheid om uit God geboren te worden blijft voor ieder mens apart bestaan.