Joods-Christelijke Dialoog

Marcus 01: 1-13

Zondag 7 januari 2018

door Eeuwout van der Linden

In het eerste hoofdstuk van het Evangelie naar Marcus worden verschillende thema’s direct aangezet en belicht: bekering en vergeving, doop met water en met de Geest. De Hebreeuwse Bijbel is op de achtergrond duidelijk aanwezig. Zo wordt Johannes de Doper in de context gezet van oudtestamentische profeten. 

Het allereerste citaat komt uit Maleachi 3:1 (‘Zie, ik zend mijn bode...’), maar zou ook nog kunnen verwijzen naar Jesaja 52:7 (over de vreugdebode). Die vreugdebode (Hebr. mebaseer) is een brenger van de goede boodschap (euangelion, vs. 1), Gods komende koninkrijk.
Een volgend citaat komt rechtstreeks uit (Deutero-)Jesaja 40:3: ‘Hij zal een weg voor je banen’.
De Naardense Bijbel vertaalt: ‘die uw weg gereed zal maken’. ‘Weg’ (hodon) zou associaties in zich kunnen bergen van halacha en derech: de weg van de tora gaan. Dan wordt de weg niet alleen vlak en begaanbaar gemaakt, maar geeft het bovendien een wijze van leven aan in overeenstemming met de richtlijnen en leefregels van God.

De volgende bijbelse associatie die Johannes de Doper oproept is die van de profeet Elia. Is Johannes bekleed met een kamelenharen mantel en een leren gordel, Elia wordt in 2 Koningen 1:8 eveneens getekend met een leren gordel, alleen is hij zelf sterk behaard! Profeten zijn stoere en ruige types.

Johannes doopt, en dat is geen christelijke uitvinding. De onderdompeling in water om gereinigd te worden is al te vinden bij Naäman (2 Koningen 5) en bij Judith (Judith 12: 6-9). Het roept associaties op met een ritueel bad, dat reinigt van zonden. De Amerikaans-Italiaanse geleerde Gabriele Boccacini maakt een vergelijking tussen het begrip rechtvaardiging en vergeving bij Jezus. Volgens hem is dat hetzelfde. Er is aan het eind van de tijden de mogelijkheid om je te bekeren en zo gerechtvaardigd en vergeven te worden. Dat maakt de weg vrij voor een God welgevallig leven. Wellicht dat dezelfde noties bij Johannes’ doop te vinden zijn. In ieder geval is voor Johannes de doop gelijk aan de vergeving van de zonden.

Johannes wijst van zich af en hij maakt een onderscheid tussen de doop met water en de doop met de heilige Geest. Is er een verband met de overdracht van Elia naar Elisa? Elisa vraagt/krijgt een dubbel deel van Elia’s geest en de geest van Elia daalt op Elisa neer (2 Koningen 2).

Bij het verhaal over Jezus’ doop, zijn er nog meer oudtestamentische verwijzingen. Als er een stem uit de hemel klinkt die spreekt over de geliefde zoon, dan zijn dat citaten uit Psalm 2:7 (‘Jij bent mijn zoon’) en uit Jesaja 42: 1,2 (waar sprake is van een uitverkoren dienaar die met Gods geest vervuld is). In de Psalm gaat het om een koninklijke adoptie: de gezalfde koning wordt Gods zoon, hij representeert God op aarde in daden van recht en gerechtigheid. De stem uit de hemel is in de Joodse traditie bekend als de ‘bat kol’.

En nog zijn de verwijzingen naar de Hebreeuwse Bijbel nog niet ten einde. Ook de duif komt uit het Eerste Testament aangevlogen, allereerst uit het zondvloedverhaal in Genesis 8. In Hooglied wordt duif als koosnaam gebruikt. In de christelijke traditie is de duif hét symbool geworden van de Geest. Zelf vind ik het een mooie gedachte dat de duif vanuit Hooglied associaties oproept van liefde. Dat geeft weer een extra dimensie aan de tekst: ‘Jij bent mijn geliefde zoon’…. Zou er nog iets doorklinken vanuit Genesis 22: ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt…’