Joods-Christelijke Dialoog

Petrus 2, 03: 8-14

Zondag 10 december 2017

De Heer is niet traag te komen

door Reinier Gosker

Vooraf
Zoveel plezier als ik had aan het schrijven van mijn drie overpeinzingen bij de eerste Petrusbrief (zie archief: 1 Petrus 1,3-9; 1,17-21 en 2,21-25), zo weinig beleefde ik eraan toen ik mij verdiepte in diens tweede – aan Petrus toegeschreven – brief. Dat komt doordat het overgrote deel van dit half zo kleine briefje vol geschreven staat met schimpscheuten tegen leugenprofeten en dito leraren. Op zich een literaire prestatie, maar je wordt er niet vrolijk van, – tenzij je genoegen schept in de vondst van de schrijver die aan het einde van zijn tirade (2,22) het bestaande spreekwoord 'een hond keert terug naar zijn eigen braaksel' (Spreuken 26,11), aanvult met een spreekwoord van eigen maaksel: 'en een gewassen varken naar het rollen in de modder'.
Intussen gaat het – ernstig genoeg – over hen die 'zelfs de meester die 
hen gekocht heeft, zullen verloochenen'. Maar ook dit is een veronderstelling.

De meeste commentatoren dateren de brief in het eerste helft van de tweede eeuw en schrijven hem toe aan iemand die de brief meer gezag wil verlenen door hem op naam van 'Symeon Petrus, slaaf en apostel van Jezus Christus' te schrijven, zoals in die tijd te doen gebruikelijk (zie ook de 'Inleiding op de tweede brief van Petrus' NBV).

Zwaartepunt van de brief

De passage waar de brief scoren wil vinden we in 2 Petrus 3,8-15a. Het betreft dan ook het epistel voor de Tweede Zondag in Advent, dat begint met de woorden: 'Maar dit ene mag u niet ontgaan, geliefden': (…) de Heer is niet traag met wat is aangekondigd', – zie ook 2 Petrus 1,4 waar deze aankondiging groots en kostbaar wordt genoemd.

De aanleiding

Het aangelegen punt is het uitblijven van de Dag des Heren. De briefschrijver waarschuwt voor spotters die er de draak mee steken. Die de les van Noach en de zijnen in de wind slaan. Maar, zo vervolgt de briefschrijver, zoals toen door het water, zo zullen 'de hemelen en de aarde van nu, door hetzelfde woord, als een schat voor het vuur worden opgespaard, bewaard voor een dag van oordeel en ondergang van de goddeloze mensen' (Naardense Bijbel, vers 7).

De zaak waar het om gaat

Wat de spotters als traagheid beschouwen, is volgens de briefschrijver 'Gods lankmoedigheid jegens ons, omdat Hij niet wil dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen' (3,9).

Nadere toelichting van de briefschrijver
Over de vraag hoe één en ander in zijn werk gaat, antwoordt de briefschrijver doordat hij 'de traditioneel voorspelde eschatologische gebeurtenissen in de kosmos [voorstelt] als wereldbrand, als een einde door middel van vuur'.1) Het gruwelijke beeld van 's werelds ondergang in vuur en vlam blijkt 'uitsluitend via de schrijver van de tweede Petrusbrief in het Nieuwe Testament terecht gekomen te zijn' 2), om via van smeulen smullende kunstschilders en vurige vertellende schooljuffen in mijn hoofd te blijven hangen. Inmiddels laat ik deze beelden thuis waar zij horen: in het apocalyptische wereldbeeld van de turbulente eeuwen voor en na de geboorte van Jezus. Van Pamela Eisenbaum leerde ik deze apocalyptische taal duiden als het functioneren van een deadline 3). Soms hebben we een deadline nodig om tot daden te komen. Hoezeer dringt de tijd! De wereld staat nog niet in brand (althans hier nog niet), maar hoeveel tijd hebben we nog voor het zover is? En hoe solidair zijn we intussen met de slachtoffers elders?

De andere lezingen op de Tweede Advent – 10 december 2107:

• Jesaja 40,1-11 – Troost, troost, mijn volk
•  Psalm 80 – O God van Jozef, leidt ons verder
•  2 Petrus 3,8-14 – De Heer is niet traag te komen
•  Johannes 1,19-28 – Getuigenis van Johannes
•  Parasja: Wajesjew (Gen. 37,1-40,23) – begin van de Jozefvertelling, zijn standvastigheid
•  Haftara bij Wajesjew: Amos 2,6-3,8 – vooral 3,1-8 sluit direct aan bij het thema van de Tweede Zondag in Advent

De lezing uit Johannes bevat een citaat uit Jesaja 40, waardoor de oproep 'om recht door de 
steppe een heirbaan te effenen voor de Eeuwige' alle aandacht vraagt. Blijkbaar ziet de evangelist in de oproep van Johannes de Doper een opmaat voor Jezus om zijn levensweg aan te treden. Psalm 80 sluit er naadloos bij aan met zijn telkens terugkerend refrein als roep om bijstand (zie de verzen 4, 8, 20 en heel treffend vers 15). Wij, en ook Jezus, hoeven het niet alleen te doen: keer ons lot! Psalm 80 (in de berijming: O God van Jozef, leidt ons verder) herinnert direct aan Sjabbat Wajesjew (9 december) als de eerste Jozefverhalen worden gelezen. In die verhalen wordt het standhouden in verdrukking gethematiseerd; denk aan Jozef in het huis van Potifar, alsook aan Jozef in de gevangenis waar de schenker hem vergeet. De bijbehorende Haftara bezweert ons de feitelijkheden van het leven serieus te nemen en de tekenen des tijds te verstaan. Vooral Amos 3,1-8 sluit aan bij het thema van deze zondag en bij de woorden in 2 Petrus 3,8-14.

1 Martin Ruf, 'De tweede brief van Petrus. Een eigengereid geschrift', in: Henk Janssen & Klaas Touwen
(red.), 'Steenrots en struikelblok. Petrus in de Evangelies, Handelingen en brieven. Exegese en
preken', Skandalon 2017, pag. 104
2 Idem, pag. 110 
3 Een impressie van het symposium over Jezus en Paulus als Joodse hervormers. Lunteren, november 2016, pag 5 – zie: http://www.joods-christelijke-dialoog.nl/images/artikelen/Lunteren-verslag.pdf