Joods-Christelijke Dialoog

Romeinen 13: 8-14

Zondag 10 september 2017

door Theo Witkamp


Op de eerste zondag van advent valt de blik al snel op vs.11-14. Het apokalyptische besef van de korte tijd en de dagende dag van de uiteindelijke verlossing trekt de aandacht. Het is bijna dag en het begint al te schemeren, bereid je dus voor op de dag en het licht!

Op goed Joodse wijze vormt de wet (Torah, nomos zonder lidwoord) het middel en de norm om zich te prepareren, maar dan wel de wet zoals deze in wezen bedoeld is: liefde is de vervulling van de wet (vgl. Leviticus 19: 18; Mattheus 5: 43 etc.). Negatief geformuleerd treffen we een vergelijkbare uitspraak van Hillel aan: ‘Doe je naaste niet aan wat jezelf haat; dit is de hele Tora, de rest is commentaar; ga heen en leer’ (bShabb 31a). In Galaten 5: 14 had Paulus het ook al gezegd. Opmerkelijk is het dat de wet meer positieve kracht lijkt te krijgen dan we na Romeinen 7 verwacht zouden hebben.

De wet wordt echter wel in de lichtkring van ‘de Heer’ getrokken; hij staat niet op zichzelf. De manier om in deze kritieke tijden overeind te bijven benoemt Paulus in vs. 14 immers met de woorden: ‘trek de Heer Jezus Christus aan’. Uit Galaten 3: 27 blijkt dat de doop als het ritueel van de overgang en het nieuwe begin op de achtergrond staat (vgl. ook Kollossenzen 3: 10,12; Efese 4: 26). Jezus Christus is de jas van de gelovige, een jas die hem een nieuwe levensstijl geeft en die hem in staat stelt de begeerten de baas te worden – juist de begeerten die eerder zo oppermachtig waren (7: 7-8). Hoe dat kan wordt hier niet beargumenteerd, maar we moeten uit 8: 9-11 en 12: 2 begrijpen dat Jezus Christus als pneuma invloed heeft op de vous, de denkende geest, van de mens en dat deze zich kan vernieuwen. De Geest herschept de geest, zodat deze de trekken van Jezus gaat krijgen. Het is intiem, het is mystiek, het is moraa