Joods-Christelijke Dialoog

Kolossenzen 02: 6-15

Zondag 24 juli 2016
Zondag 28 juli 2019 


Exegetische kanttekeningen

door Harry Smit

1. Het hoofddeel van de brief begint met een aansporing om in Christus Jezus te wandelen. De Naardense Bijbel vertaalt: moet ge in eenheid met hem wandelen. Het woord eenheid kom je in het Grieks niet tegen, maar de strekking is niet anders: wandelen in hem. Het woord wandelen peripateois een typisch joodse manier van spreken, zoals je het ook in Psalm 1 vers 1 vindt. Het gaat om je hele manier van leven. Wandelen in hem is voor de niet-Joden de Halacha, want ze zijn geworteld en opgebouwd in hem (vers 7). Verderop in vers 16 zal blijken dat dit in de praktijk verschilt van de Halacha voor de Joden. Er worden concrete zaken genoemd: eten, drinken, feesten, Rosj Chodesj, Sjabbat. Ook al is de brief dus een duidelijke bemoediging voor de gemeente in Kolosse, voornamelijk bestaande uit niet-Joden, in de praktijk vind je hier een intern joodse discussie over de vraag wat de Halacha is voor de niet-Joden die zich bij de synagoge hebben aangesloten. Paulus zegt: hun Halacha is wandelen in Christus Jezus. Wat de concrete inhoud daarvan is, is onduidelijk.

2. Na de oproep om te wandelen in hem volgt de waarschuwing om uit te kijken. Men moet uitkijken voor een filosofie folosofia en voor hol(leeg) bedrog apate. Deze filosofie en dit bedrog worden gekenmerkt door de overlevering van mensen kata ten paradosin tou antropou en de elementen van de wereld kata ten stoicheia tou kosmou
Het is de enige keer dat het woord filosofie voorkomt in de Bijbel. Het gaat hier waarschijnlijk om een breder gebruik van de term dan in de huidige Westerse Filosofie. Sommigen verbinden het sterk met de wiskunde en natuurkunde vanwege de genoemde elementen van de kosmos, maar anderen leggen gezien het vervolg de nadruk op een religieuze filosofie, die verbonden zou zijn met andere religieuze openbaringen dan de Bijbelse. De term filosofie heeft in zichzelf geen negatieve lading, maar krijgt dat door de toevoeging leeg bedrog.

3. De overlevering van mensen roept ook iets negatiefs op, omdat paradosis, steeds verbonden is met de Joodse Thora en Traditie (Mat. 15: 2, 3, 6; Marc. 7:3, 5, 8, 9, 13; Gal. 1: 14, 1 Kor. 11: 2; 2 Thess. 2: 15, 3: 6) en hier noch aan de Thora, noch aan Paulus zelf gekoppeld wordt. Het gaat duidelijk om een overlevering van mensen, van buiten de eigen traditie.

4. De tweede precisering is overeenkomstig de elementen van de wereld (Kosmos). Het Grieks gebruikt hier het woord stoicheia. Ook hier veel verschil van mening bij de commentatoren. Witkamp (Tekst en Toelichting) geeft een uitgebreid overzicht:
- de eerste betekenis is basisleer, het abc van iets, de elementaire beginselen. (Hebr. 5:12)
- de tweede betekenis is de elementen, de oerbestanddelen, de basisgrondstoffen van de wereld. Volgens het antieke besef zijn dat: aarde, water, lucht en vuur. Ether werd als goddelijke, vijfde element gezien. Het gaat hier dus om de fysische bestanddelen van het universum. Vandaar ook het woord kosmos. Daarbij moet je bedenken dat het hier volgens sommigen niet gaat om neutrale elementen, maar om machten die de mens in een fatale kringloop gevangen houden. Via de weg van de ascese kon men zich hieruit bevrijden.
- de derde betekenis is dat het om de geestelijk machten gaat die de huidige wereldorde regeren. Het is nog iets breder dan de term overheid en gezag arches kai exousia (2: 10 en 15). In die brede zin wordt het volgens Witkamp ook gebruikt in de andere 3x dat Paulus de term gebruikt: Galaten 4:3 en 9 en in Kol. 2 vers 20. Waar gaat het om? Witkamp: Het is een mythologische manier van spreken in overeenstemming met de geest van die tijd. Achter de zichtbare werkelijkheid gaat een grote onzichtbare realiteit schuil. Deze onzichtbare realiteit wordt bevolkt door hemelse wezens, engelachtig van aard, die de elementaire machtsstructuren van de oude wereldorde vertegenwoordigen. In weerwil van de taak waardoor ze door God geschapen zijn (vgl. 1:16), nemen ze in de praktijk snel de plaats van God in.....

Het gaat om een omvattende term en we moeten dus denken aan elementaire machten van astrale, religieuze, politieke, economische en sociale aard. Zij besturen de wereld. De hele kosmos gehoorzaamt immers aan dezelfde wetten en machten.
Hoewel de terminologie redelijk vaag is en blijft, is de denktrant onjoods. Niet de onzichtbare machten bepalen het leven, maar de mens met zijn eigen vrije wil kiest tussen goed en kwaad en bepaalt zo mede het gezicht van de wereld. Dat inzicht heeft Christus nu ook de niet-Joden gegeven, want in hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk. Geen onzichtbare machten en krachten, maar Gods wil is in Christus lichamelijk, materieel geworden. Steeds weer opnieuw is duidelijk dat Christus de vleesgeworden Thora is voor de niet-Joden.

5. Vanaf vers 11 gebruikt Paulus vervolgens het beeld van de besnijdenis: in hem zijt ge ook besneden,
met een besnijdenis, niet met handen gedaan, maar in het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van de Gezalfde. Hier opnieuw de interne joodse discussie rondom de plaats van de niet-Joden. Paulus verdedigt het niet-besnijden van hen met een exegese van Deut. 10:16 en 30:6, waarin over het besnijden van het hart wordt gesproken:
Besnijden zal de Ene, je God, jouw hart
en het hart van je zaad,-
zodat je zult liefhebben
de Ene, je God, met heel je hart
en met heel je ziel,
omwille van je leven!
Net als Jeremia (4:4; 6:10; 9:25) en Ezechiel (44:7) en later ook in Qumran wordt het woord besnijdenis, ook in geestelijke zin gebruikt. Volgens Paulus exegese kan de geestelijke besnijdenis blijkbaar los staan van de lichamelijke besnijdenis. Hier gaat hij een eigen weg.

Wat overblijft is de koppeling van de geestelijke besnijdenis aan de doop: in de besnijdenis van de Gezalfde, mee-begraven met hem in de doop (vers 12).
Functie van heel dit gedeelte 11-14 is duidelijk te maken dat ook de niet-Joden volwaardige leden van de gemeente zijn. Christus is daarin beslissend: toen hij ons genade betoonde voor alle misstappen. Het handschrift in ons nadeel met zijn bepalingen, dat tégen ons was, heeft hij uitgewist, en hij heeft het
uit de weg geruimd door het aan het kruis te nagelen. De terminologie van het uitwissen van schuld kom je ook in de apocalyptische geschriften (Henoch) en in het beroemde joodse gebed Avinoe Malkenoe: Onze Vader, onze Koning, wis in uw grote barmhartigheid al onze schuldbrieven uit.

6. Het laatste gedeelte is een oproep om de niet-Joden niet te veroordelen. Duidelijk is dat zij zich niet hielden aan de 613 geboden en verboden. Genoemd worden typisch joodse voorschriften rondom eten en drinken, feesten, Nieuwe Maan (Rosj Chodesj), Sjabbat. Deze dingen noemt hij een schaduw van de dingen die komen skia ton mellonton. Opvallend dat veel commentatoren dit negatief interpreteren. Een schaduw laat toch de contouren zien van het materiële. Christus is het lichaam, de materie en die typisch joodse gebruiken laten van wat komende is de schaduw zien. Bijzonderder vind ik dat er naast Christus gesproken wordt over deze dingen die komen. Met Christus is het er dus nog niet, zou je kunnen concluderen.

Later wordt ook nog gewilde nederigheid en engelenverering genoemd. Dat zijn bij uitstek geen typisch joodse zaken, maar eerder gebruiken uit de Griekse wereld. De gewilde nederigheid wordt meestal gezien als een vorm van vasten en ascese.

Kern blijft het vasthouden aan Christus als het hoofd. Die houdt de delen van het lichaam bijeen en zorgt zo voor goddelijke (geestelijke) groei.

Ten slotte:
Kern van de boodschap blijft het waakzaam blijven t.a.v. de ‘filosofie’ en het vasthouden aan Christus als de volheid van God, de vleesgeworden Thora. Jammer genoeg is de tekst niet heel concreet over wat dit dan inhoudt.

Tegelijk is er een voortdurende polemiek met de synagoge over de Halacha en over de vraag waaraan niet-Joden zich dienen te houden.

Apeldoorn, 30 mei 2016 Harry Smit