Joods-Christelijke Dialoog

Kolossenzen 01: 11-14

Zondag 10 juli 2016
Zondag 24 november 2019
 


door Theo Witkamp


Kolossenzen vormt een brief met duidelijke sporen van taal en theologie van Paulus, die vermengd zijn met meer algemene christelijke formuleringen, zoals we ze bijvoorbeeld in Handelingen aantreffen (de naaste parallel bij Kol 1:13 is bv. Hand 26:18). Het lijkt dat de brief in de geest van Paulus geschreven is door een leerling van hem in een iets latere situatie. Zekerheid daarover hebben we echter niet. Kenmerkend voor Kolossenzen is dat steeds benadrukt wordt dat het heil waaraan de lezers deel hebben gekregen in Christus reeds compleet is ('gerealiseerde eschatologie'). Er zijn geen extra ascetische of rituele praktijken nodig om binnen te treden in de wereld van God, Christus en de engelen (vgl. 2:16-23). De overgang van duisternis naar licht ligt reeds geheel achter hen (1:12-13, 21-22; 3:1-4, 7-8). Het komt nu aan op groeien in wijsheid en inzicht (1:9) en een moreel leven leiden dat daar de afspiegeling van is (1:10; 3:5-17). Dat wil zeggen: 'Om menselijk te zijn moet een mens meer dan mens zijn' (A. J. Heschel). Anders gezegd: het is eigenlijk onmogelijk om nu nog te zondigen.


Hiervoor mag God gedankt worden. Vs. 3-9 vormen het dankgebed zoals we dat steeds aan het begin van Paulus' brieven aantreffen, terwijl de voorbede in vs. 9-11 naadloos overgaat in een oproep tot danken (en het dankgebed, de berakha, zelf) in vs. 12-14. Termen die in de Tora op de verlossing uit Egypte en de gave van het land sloegen ('verlossing', 'erfenis/erfdeel'), keren hier terug, maar via een sapiëntiële en vergeestelijkende herinterpretatie die in het (hellenistische) Jodendom reeds was ingezet (vgl. bv. Sir 45:22). Daar kon men de bekering van heidenen naar de ware God ook een overgang van duisternis naar licht noemen. 'Wijsheid' en 'inzicht' werden hier ook hoog gewaardeerd. Het valt op dat onze brief het heeft over twee machtbereiken: in het ene is er een dominantie van de duisternis, in het andere van het licht. De term ‘overbrengen’ (13) doet denken aan heersers, die overwonnen volkeren konden verplaatsen. Er is dus sprake van een echte transpositie. De boodschap is helder: besef toch wat er met jullie gebeurd is en blijf daar trouw aan, dan zul je vrij blijven en groeien in een mens- en Godwaardige manier van leven.

Theo Witkamp