Joods-Christelijke Dialoog

Kolossenzen 03: 12-17

Zondag 31 juli 2016
Zondag 29 december 2019 


door Theo Witkamp

Kolossenzen 3:12-17 vormt het positieve deel van het tweeluik, waarvan het eerste deel in 3:5-11 te lezen valt. Begon vs 5 met: 'laat wat aards in u is afsterven' (of actiever: 'breng ter dood') en volgde er een hele reeks negatieve gedragingen waar men afscheid van moet nemen, hier vangt het aan met 'u moet zich kleden in' en volgt er een serie positieve daden en deugden.


Onze schrijver denkt aan een radicale verandering nu men is overgegaan van de status van heiden naar die van lid van het uitverkoren en geliefde volk van God (vgl. weer 'vroeger' – 'nu' in vs. 7-8). 'Een nieuwe mens aantrekken' (10,12) impliceert een verandering van identiteit en van gedrag, dat concreet in het lichaam zichtbaar wordt. Iedereen gaat in de oven en wordt omgesmolten. Het betekent voor elkaar een Christus worden.

Op goed Joodse wijze hoort bij uitverkiezing een levensstijl met hoge morele normen. De schrijver heeft het zelfs over 'volmaaktheid', die in praktische liefde te vinden is (14). Deze volmaaktheid is, evenals de andere genoemde kwaliteiten, volgens hem duidelijk een mogelijkheid, zelfs meer: een logische noodzakelijkheid, die hoort bij het nieuwe leven in Christus. Niet dat er nu nooit meer fouten gemaakt zullen worden – als er over 'elkaar vergeven' gesproken moet worden (13), zegt dat genoeg-, maar als men innerlijk bewogen, vriendelijk, nederig, mild en geduldig is (12), kortom gekenmerkt wordt door liefde en vrede (14-15), dan is zonde niet meer dan een voetnoot in het leven van de Christen. We zijn tenslotte bevrijd om goed te wezen. Geen wonder dat er in vs. 15 en 17 weer over dankbaarheid gesproken wordt (vgl. 1:12-14)