Joods-Christelijke Dialoog

Zondag 16 februari 2020

Door Eeuwout Klootwijk

Paulus schrijft aan de gemeente in Korinte over wijsheid en spreekt hen in deze passage aan als volwassen mensen (teleiois) in het geloof. Even later, in 3:2, lijkt hij van register te wisselen en heeft hij het erover dat hij geen vast voedsel geeft, maar melk, omdat de gemeente het blijkbaar (nog) niet aan kan wat hij aan diepten te bieden heeft.

Paulus heeft een boodschap voor teleiois. De Herziene Statenvertaling vult hierbij aan: ‘geestelijk volwassenen’, en de Naardense Bijbel heeft ‘toegewijden’. Groei naar intellectuele en spirituele volwassenheid was een bekend gegeven in joodse en antieke literatuur, vertelt The Jewish Annotated New Testament. De betekenisvelden rond het Griekse woord teleios lijken dit te bevestigen: volmaakt, vervuld, gaaf, volkomen. Het gaat om wijze mensen. Maar wat is wijsheid?

Paulus verwijst naar Gods verborgen wijsheid (sophia). Dat er een goddelijk plan ligt dat vóór de tijden al besloten is door God is in vroegjoodse en apocalyptische literatuur te vinden. Maar ook al in de wijsheidsliteratuur in de Tenach. Bekend is uiteraard Spreuken 8, waar Wijsheid (chokma) sprekend wordt opgevoerd. ‘De HEER heeft mij vóór al het andere verworven, toen Hij zijn scheppingswerk begon, schiep Hij eerst mij’ (NBV, 8:1). En in Sirach 1:4: ‘De wijsheid is vóór alles geschapen, inzicht en begrip bestonden al voor de tijd begon’ (NBV). Zie ook Wijsheid 9:9: ‘Bij u is de wijsheid, die uw werken kent en die erbij was toen u de wereld schiep’ (NBV).

Wat Paulus hier creatief doet, is deze wijsheid verbinden met de Heer, Christus. Het is een wijsheid van deze wereld omgekeerd. Een wijsheid die niet gekend wordt door de machthebbers (archontoon). Zouden de machthebbers Gods wijsheid wel hebben gehad, dan zouden ze de Heer niet hebben gekruisigd. Wat opvalt is wat Paulus hier niet zegt. Hij zegt niet dat ‘de Joden’ de machthebbers zijn die Jezus hebben gekruisigd. De jood Paulus bezondigt zich avant la lettre niet aan antijudaïsme. Hij heeft het hier overigens over ‘de Heer der heerlijkheid’ (Naardense Bijbel, Herziene Statenvertaling). De NBV vertaalt dit met ‘de Heer die in Gods luister deelt’. The Jewish Annotated New Testament ziet hier een mogelijke verwijzing in naar Psalm 29:3, waar ook sprake is van ‘de God der glorie’, El ha-kavod. Paulus ziet Jezus en God heel dicht bij elkaar, zonder hen beiden te vereenzelvigen.

Het schriftcitaat dat Paulus geeft is een collage uit verschillende plaatsen. Zoals Jesaja 52:15: ‘Want zij aan wie het niet verteld was, zullen het zien, en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen’ (Herziene Statenvertaling). En Jesaja 64:3: ‘Nog nooit is zoiets gehoord, niet eerder zoiets vernomen. Geen oog zag ooit een god buiten u, die opkomt voor wie op hem wacht’ (NBV).
En mogelijk ook Sirach 1:10: ‘Die liefde voor God is een eerbiedwaardige wijsheid voor hen aan wie hij zich kenbaar maakt; hij geeft wijsheid aan wie ontzag voor hem heeft’ (NBV).

Op het eind van deze lezing verbindt Paulus wijsheid met de Geest (Geest van God, vs.11). De Geest speurt naar de diepten van God en stuit op onvermoede wijsheid, waar je menselijkerwijs niet op komt.

Nog even terug naar Spreuken 8. God heeft plezier in Wijsheid. Zij speelt voor Gods aangezicht en God speelt met haar. Stralend kijkt God haar aan. Hij is verrukt van haar. ‘Ik was zijn lieveling’, zegt Wijsheid in vs. 30. Met Wijsheid voor zijn ogen, maakt God de wereld met vreugde en speels plezier. Zo is de wereld bedoeld: Alles is licht en speels. Alles juicht. De schepping is opgetogen: de zee bruist, de stromen klappen in de handen, de bergen jubelen.

De zwarte dichter en vechter voor burgerrechten James Weldon Johnson heeft dat lichte speelse in het scheppingswerk prachtig verbeeld in zijn gedicht De schepping uit 1922:

En God stapte in de ruimte
Hij keek rond en zei:
Ik ben eenzaam en alleen – ik ga een wereld maken
Zover als Gods oog kon zien
bedekte de duisternis alles.
Donkerder nog dan het diepste middernachtelijk uur
in een moeras omzoomd door hoge cipressen.

Toen glimlachte God en het licht brak door.
En de duisternis rolde naar de ene kant
en het licht stond stralend aan de andere kant
En God zei: Dat is goed.

…het groene gras sproot uit, en de bloemetjes bloeiden zo rood -
de meren vloeiden neer in de holten van de aarde,
de rivieren stroomden uit naar de zee.
En weer glimlachte God en de regenboog scheen.
En welfde zich om zijn schouder.

Het gedicht eindigt ermee dat God aan de rand van de rivier neerknielt en zich buigt over een klompje klei zoals een moeder zich buigt over haar kind, net zo lang boetserend tot het beantwoordt aan zijn beeld. Behoedzaam blaast Hij het zijn adem in en de mens wordt een levende ziel.

Zo tuimelen de beelden over elkaar in dit gedicht. Het is een mooie manier om te zeggen dat God deze wereld gewild heeft, dat God onze wereld uit vreugde en met wijs beleid heeft laten ontstaan. God glimlacht ons toe. James Weldon Johnson wist dat de werkelijkheid heel wat minder vrolijk en speels was, en Paulus ging hem in die kennis voor. Rechten van zwarten werden volstrekt genegeerd en Jezus werd rechteloos aan het kruis genageld. Geen van de machthebbers kent de wijsheid van God, is Paulus’ boodschap. Alleen aan volwassenen in het geloof, toegewijden, ingewijden wordt het ingefluisterd door de Geest. Dan licht de werkelijkheid op.