Joods-Christelijke Dialoog

Eerste Kerstdag

Op velerlei wijzen....

Door Peter Tomson

Brieflezing bij Jes. 52:7-10 (vreugdebode) en Joh. 1:1-14 (het Woord in den beginne)

De lezing uit Jesaja zorgt ervoor dat het ‘evangelie’ (euangelizomai, ‘vreugdeboodschap brengen’) zijn oudtestamentische achtergrond behoudt/herkrijgt (vgl. ook Rom. 10:15).

Met Hebreeën hebben we opnieuw een apart soort tekst te pakken: een hoogontwikkeld Grieks en veel filosofische denkbeelden en gedachtengangen, zozeer dat het een van de meest ‘theologische’ teksten in het NT is; anderzijds duidelijk apocalyptische motieven, bv. de ‘tienduizenden engelen’ in Heb. 11:22 en de Melchizedek-gestalte in Heb. 5-7 (vgl. de Melchizedek-rol uit Qumran, 11Q13). Beide cultuursferen kennen de allegorese, het ‘uitleggen met het oog op een ander onderwerp’. Het eerste hoofdstuk is daarvan een fraai voorbeeld. Het sluit mooi aan bij de allegorieën in Joh. 1.

De pericoop bestaat voor het grootste deel uit citaten en parafrasen van oudtestamentische verzen (waarom niet doorlezen tot v13 of 14?). Daaronder valt op de toespeling op Ps 110:1 in v3, ‘plaatsgenomen aan de rechterhand’ ‒ dit is immers de Melchizedek-psalm die verderop uitgebreid wordt behandeld. Het ‘zitten ter rechterhand Gods’ is niet alleen een bekende uitdrukking uit de Apostolische en andere geloofsbelijdenissen, maar ook in de synoptische traditie, de woorden toegeschreven aan Jezus (bv. Mat. 26:64, maar ook Hand. 2:34).

De ‘relevantie’ voor 1e Kerstdag ligt voor de roostermakers ongetwijfeld in de beginverzen – die overigens in geen enkel opzicht aan een briefbegin doen denken; Hebreeën is eerder een als rondzendbrief vermomde, geleerde preek.
Het ‘oudtijds tot de vaderen spreken door de profeten’ enz. klinkt vertrouwd-bijbels, maar dat is niet het geval met v3. De NBV vertaalt: ‘In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld’, mooi toelichtend. Enkele Griekse woorden lijken uit de middel-platoonse traditie opgelepeld: charaktèr, ‘(ingegrift) karakter’, hupostasis, ‘fundament, natuur, wezen’. apaugasma, ‘afglans’ komt dan weer uit Wijsheid 7:26, maar haakt gemakkelijk bij diezelfde traditie aan.

De oudtestamentische Wijsheids-traditie is sowieso een ‘ontmoetingsplaats’ van verschillende traditiestromen, scheppingstheologie in begrepen. Het verband met Joh. 1 wordt zo nog evidenter.