Joods-Christelijke Dialoog

Zondag 20 december 2020

De aankondiging van de geboorte van Jezus


door Birke Rapp

Van de vier evangelisten is Lucas de enige, die over de bijzondere omstandigheden vertelt, waarin Jezus ter wereld is gekomen. Hij is de enige, die bij het begin van het leven begint. Met deze insteek kan Lucas het hemelse ingrijpen, dat rationeel moeilijk onder woorden te brengen is op een subtiele maar tegelijkertijd ook grootse manier vertellen. Wie iets wil begrijpen van de grote doorbraak van Gods Rijk in de wereldgeschiedenis kan maar beter beginnen met op kleine kinderen te letten. Voor Lucas begint het “ontvangen van hét kind” met de conceptie, de zwangerschap en de bevalling, de besnijdenis en de zorg voor het kleine kind. Hij plaatst de komst van Jezus te midden van de kleine wereld van een gezin, moeder, vader en ook de familie en kennissen, die allemaal bewust of onbewust een rol bij het ontvangen van een kind spelen. Lucas oefent zijn luisteraars in het hoopvol ontvangen van kinderen en maakt hen in zijn verhalen rondom het ontvangen van kinderen gevoelig voor de komst van het Goddelijke in onze wereld. En ook voor het “spreken” van God in onze wereld.

Aankondiging door een engel

In de begin-verhalen van Lucas wordt er twee keer over een “hemels spreken” vertelt: bij de aankondiging van de zwangerschap en geboorte van Johannes de Doper aan Zacharias (Lucas 1,13vv) en bij de aankondiging van de zwangerschap en geboorte van Jezus aan Maria (Lucas 1,28vv). Dit gebeurt telkens door een engel. En ook in het geboorteverhaal van Jezus in Lucas 2 komen de engelen nog een keer voor om een goddelijke boodschap over te brengen. Op al deze ontmoetingen reageren de mensen met angst en grote schrik. Het is een manier om tot uitdrukking te brengen dat God tot mensen spreekt en dat mensen het woord ontvangen.

Een goddelijke openbaring aan een mens wordt in de Bijbelse en ook in de Rabbijnse literatuur als iets gezien, wat door de mens nauwelijks te verdragen is. Het absoluut goddelijke en het onvolmaakt menselijke zijn twee entiteiten die elkaar niet zonder gevolgen kunnen ontmoeten. De mens zal het woord van God altijd te kort doen, ja God zelf reduceren; en het woord van God zal de mens als het ware verpletteren in zijn grootsheid. En toch communiceert God in de Bijbel met de mens. Soms gebeurt dat rechtstreeks: En God sprak tegen het volk Israël of tegen Mozes…. Volgens de rabbijnen gebeurt dat in openbaringsvormen die wij aan kunnen, doordat God zijn woord aanpast aan de krachten die de mens kan verdragen door maar een paar woorden rechtstreeks te geven of door het woord af te stemmen op de kracht van een mens. Een voorbeeld kun je vinden in Hooglied Raba 5,9:

Kom en zie hoe de stem [van God] uitging naar heel Israël: naar ieder volgens zijn kracht. De ouderen naar hun kracht, de jonge mannen naar hun kracht, de kleintjes naar hun kracht, de zuigelingen naar hun kracht, de vrouwen naar hun kracht, en zelfs Mozes naar zijn kracht. Want er is gezegd: Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem (Exodus 19,19), [dat wil zeggen] met een stem die hij kon verdragen.
En evenzo zegt de Schrift: De stem van de Eeuwige is met kracht (Psalm 29,4). Er wordt niet gezegd: “met Zijn kracht”, maar “met kracht”: met de kracht van ieder individu. Zelfs [voor] de zwangere vrouwen [gold] naar hun kracht. Dus: [De stem van de Eeuwige kwam] tot ieder individu naar zijn kracht.
(en zie ook Hooglied Raba 6,3 of bSjabbat 88. Volgens Heschel, God zoekt de mens, pp.213-15 is dit spreken van God tot de mens altijd iets wat als een beeldspraak of een aanduiding moet worden gezien om aan te geven, dat er iets gebeurt wat buiten ons rationeel te beschrijven bevattingsvermogen ligt. Je kunt alleen zeggen dat mensen iets overkomt).

Maar heel vaak gebeurt deze hemelse communicatie ook door een bemiddelaar, een engel, die probeert een hemelse boodschap over te brengen. Een engel staat tussen God en mens in en zal het woord van God niet in al zijn zwaarte brengen, bovendien lijkt een engel qua uiterlijk meer op een mens. Een heel mooi voorbeeld van het huiveringwekkende ook bij een ontmoeting met een engel vinden wij bij de aankondiging van de geboorte van Simson. Als de ouders van Simson doorkrijgen dat het echt een engel is, die tot hen gesproken heeft worden zijn doodsbenauwd en vrezen ze voor hun leven (Richteren 13,21-24).

Lucas gebruikt de engel bij de aankondiging van de geboorte aan Maria om aan te duiden dat hier iets bijzonders gebeurt, wat over het menselijke bevattingsvermogen heen gaat. Een goddelijke openbaring die haar overkomt. De boodschap die de engel Gabriël (vertaald: “sterke man Gods” of “God is mijn sterkte”) heeft is voor haar als jonge vrouw uitermate dubbelzinnig: aan de ene kant is zij uitverkoren en draagt zij met haar zwangerschap bij aan de grote omwenteling van God met de geboorte van Jezus. En tegelijkertijd brengt de zwangerschap haar als ongehuwde vrouw in een moeilijke situatie terecht.

Het bijzondere in het geval van Maria is, dat het in de Bijbel niet vaak voorkomt, dat vrouwen door engelen worden bezocht. Maria die met haar jeugdige leeftijd en als vrouw op de onderste ladder van de maatschappij staat. Het doet denken aan het verhaal van een andere jonge vrouw in een hopeloze situatie. Het verhaal van Hagar, de slavin van Sara, die voor het geweld van haar meesteres is gevlucht. Ook zij krijgt bezoek van een engel, die haar met de geboorte van haar zoon Ismaël ook de vrijheid aankondigt die voor haar ver weg lijkt te zijn – zeker als ze ook weer terug moet keren naar haar meesteres (Genesis 16,7vv). De rabbijnen zijn verbaasd, dat uitgerekend een buitenlandse vrouw als Hagar buiten het huis van haar meesteres om door engelen wordt bezocht en dat zij ook reageert op God. En dat alles zonder bang te zijn (zie hiervoor de midrasjiem in Genesis Raba 45,7.10)

Een openbaring van God, ook als die door een engel plaatsvindt, is in de Bijbel en bij de rabbijnen geen eenzijdige maar een wederzijdse gebeurtenis. Gods woord, zijn spreken, de doorbraak van Gods Rijk in de wereldgeschiedenis kan alleen maar gebeuren, als er ook een antwoord of aanvaarding van de kant van de mens komt. De vraag is hoe de mens op de openbaring reageert. Maria reageert op de aankondiging van de engel met een open houding. Dat is de wijze waarop het Koninkrijk van God in de wereld kan komen. Zo eenvoudig en tegelijkertijd (in haar specifieke moeilijke situatie) ook zo geheimzinnig. Zacharias heeft meer moeite met zijn openbaring in de tempel.

Bijzondere geboortes: een verbinding met de geboorte van Isaak

Maar Lucas laat ons ook nog op een andere manier zien, dat in zijn begin-verhalen in het algemeen en in de aankondiging van de geboorte van hét kind in het bijzonder, God direct betrokken is. Om dit duidelijk te maken refereert Lucas in de aankondiging van de geboorte van Jezus aan het bijzondere verwekkings- en geboorteverhaal van Isaak uit Genesis 12-21. Een geboorte die alles behalve vanzelfsprekend is, maar waar God op een bijzondere manier aan betrokken is. Het heil uit de hemel kan niet gewoon zomaar ter wereld komen. Het lijkt erop dat Lucas deze boodschap van het geboorteverhaal van Isaak ook heeft toegepast op het verhaal van Jezus.

De verbindingslijn met het geboorteverhaal van Isaak heeft natuurlijk in eerst instantie met het verhaal van Elisabeth en Zacharias te maken die net als Abraham en Sara nog op hoge leeftijd een zoon krijgen. Maar wat opvalt is dat in het verhaal van de aankondiging Lucas rechtstreeks aan het verhaal refereert. In Lucas 1,35.36 verwijst de engel eerst op Elisabeth, die zwanger is van Johannes de Doper en hij haalt daarna in Lucas 1,37 rechtstreeks Genesis 18,14 aan, een stukje uit de aankondiging van de geboorte van Isaak:

35 En antwoordend zei de engel tegen haar:
De heilige geest zal op je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je overschaduwen daarom zal ook dat wat geboren wordt, het heilige, God’s zoon genoemd worden. 36 En zie, Elisabeth, je verwante, ook zij is zwanger van een zoon in haar ouderdom, en deze maand is de zesde van haar die onvruchtbaar genoemd werd.
37 Want: “Bij God zal geen enkel ding / woord onmogelijk zijn”(Genesis 18,14)


Als wij het verhaal van Sara en de verwekking en geboorte van Isaak met het verhaal van Elisabeth en de verwekking en geboorte van Johannes vergelijken, dan zien wij een grote gelijkenis in de verhaalelementen:

(1) de onvruchtbaarheid van de vrouw, Sara en Elisabeth (Genesis 16,1 en Lucas 1,7);
(2) de hoge leeftijd van de vrouw (Genesis 17,1 en Lucas 1,7);
(3) de aankondiging aan de mannen Abraham en Zacharias, dat er desondanks
een zoon geboren zal worden (Genesis 17,19 en Lucas 1,13);
(4) de opdracht om de zoon een bepaalde naam te geven (Genesis 17,19 en Lucas 1,13);
(5) de betekenis en de taak van de zoon (Genesis 17,19 en Lucas 1,15-16),
(6) de ongelovige reactie van Abraham en Zacharias (Genesis 17,17 en Lucas 1,18);
(7) de zwangerschap door toedoen van God en de geboorte van een zoon
(Genesis 21,1 en Lucas 1,24).


Net zo als bij de aankondiging en geboorte van Isaak wil ook Lucas hier laten zien, dat de geboorte van een nieuw mens – en dan van de voorloper van Jezus – geen gewone gebeurtenis is, maar dat God hierbij in bijzondere mate betrokken is.

Nu is dat natuurlijk altijd het geval. De geboorte van een nieuw mens is niet alleen een zaak van de vader en de moeder, maar ook van God.

In de Babylonische Talmoed (bKiddoesjien 30b) wordt het als volgt gezegd:

Er zijn drie partners bij [het ontstaan van] een mens: De Heilige-gezegend-zij Hij, de vader en de moeder.

En wanneer het gaat om de geboorte van een kind met een bijzondere taak en betekenis, wordt deze betrokkenheid van de Heilige-gezegend-zij-Hij extra onderstreept: De Eeuwige bezocht Sara (Genesis 21,1) en zie ook in de verhalen van de onvruchtbare vrouwen Hanna en Rachel: De Eeuwige gedacht Hanna (1 Samuël 1,19) en Toen dacht de Eeuwige aan Rachel (Genesis 30,22). En ook in Lucas: Dit heeft de Heer mij gedaan (Lucas 1,24).

En dat geldt ook voor Maria. In het verhaal van de aankondiging vinden wij voor een groot deel dezelfde elementen als bij Sara en Elisabeth: de aankondiging van de geboorte van een zoon (Lucas 1,31); de opdracht om die zoon een bepaalde naam te geven (Lucas 1,31); de betekenis en taak van de zoon (Lucas 1,32-33); de ongelovige reactie (Lucas 1,34); de zwangerschap door toedoen van God (Lucas 1,35) en tenslotte: en zij baarde haar eerstgeboren zoon (Lucas 2,6).
Sara en Elisabeth waren onvruchtbaar en oud. Maria was jong en nog maagd. Maar verder lopen de verhalen parallel. Maria krijgt te horen dat zij een kind zal verwachten terwijl ze nog slechts in ondertrouw is en nog geen gemeenschap heeft gehad met Jozef. Hoe zal dat kind verwekt worden? Dat is en blijft onduidelijk, maar wat er ook gebeurt, hoe het ook zal gebeuren: bij de verwekking van het kind is God op een bijzondere manier betrokken. God heeft in ieder geval een hele speciale bedoeling met dit kind.

(Voor het hoofdstuk over de “Bijzondere geboortes” zie ook het artikel “Geboorteverhalen” in het Algemeen Doopsgezind Weekblad met Kerstmis 2004 van Dodo van Uden)

November 2020