DE UITDAGING
Deel 1. Om te beginnen

1.1 WOORD VOORAF

door Prof. Dr. P.J. Tomson 

Leren in dialoog

Een voorwoord schrijven voor ‘De Uitdaging’ lijkt een hele uitdaging. Toch valt het mee: de ‘Inleiding’ van Dick Pruiksma, de geïnspireerde bedenker en onvermoeibare motor van het project, wijst de weg. Wat hier geboden wordt is gespreksstof voor cursussen en groepen, die is ‘geoogst’ in lange jaren van dialoog tussen christenen en joden. Dat laatste spreekt niet voor zich, en ik wil het graag proberen te verduidelijken.

Dr. Peter J. TomsonDr. Peter J. TomsonHoewel het soms wel zo lijkt, is het gesprek van joden en christenen niet enkel de hobby van een verlichte elite. Het is een zaak van levensbelang voor de hele Kerk. Ook voor de Synagoge lijkt het mij van groot belang, maar voor haar kan ik niet spreken. Voor de Kerk is het van levensbelang, de hoofdpersonen van haar kerntekst, het Nieuwe Testament, te kennen vanuit hun eigen omgeving. En die omgeving, zo leren we steeds beter inzien, ligt in het jodendom van hun tijd. Zowel de timmerman uit Nazareth als de tentenmaker uit Tarsus leefden joods en dachten joods, al deden ze dat ieder op hun eigen manier en gingen vele volksgenoten andere wegen. We moeten Jezus en Paulus dus proberen te begrijpen vanuit het jodendom van hun tijd.

Dat heeft twee kanten. Allereerst moeten wij onze informatie over het toenmalige jodendom zien te halen uit de oude joodse en andere bronnen. Voor het toegankelijk maken daarvan zijn we afhankelijk van het werk van specialisten, en uiteraard is daarvan bij het voorbereiden van ‘de Uitdaging’ dankbaar gebruik gemaakt. Vervolgens gaat het er om, deze informatie te lezen en te interpreteren met het oog op onze tijd. Daarbij komt het op onszelf aan, ons als lezers met ieder onze eigen uitgangspunten. Een uitgangspunt van grote invloed op ons begrip van de oude bronnen is het beeld dat wij hebben van onszelf als christenen in verhouding tot de joden en het jodendom. Het geldt omgekeerd ook voor joden: het beeld dat zij van zichzelf hebben tegenover christenen en het christendom is van grote invloed op hoe zij de oude bronnen lezen; maar zoals gezegd kan ik hier niet voor hen spreken.

Waar het nu om gaat is dat we de laatste tijd steeds meer ontdekken dat de oude joodse en christelijke teksten veel sterker met elkaar verweven zijn dan wij ons eeuwenlang hebben gerealiseerd. Wij hebben immers geleerd, jodendom en christendom te zien als twee totaal gescheiden grootheden. En met die zienswijze als uitgangspunt hebben we de oude bronnen eeuwenlang gelezen. Zo konden we daar ‘terugvinden’ dat Jezus’ prediking haaks stond op het jodendom van de Farizeeën en dat Paulus de beweging van Jezus definitief heeft losgemaakt van het jodendom. Als ik de oude bronnen goed lees, zeggen zij misschien wel het omgekeerde.

Joden en christenen vereren dezelfde God, kennen hem fundamenteel uit hetzelfde boek waaruit zij week aan week lezen, en dienen hem met gebeden en daden geïnspireerd door datzelfde boek. Waar zij het niet over eens zijn is de betekenis van Jezus. Het bleef echter niet bij dit ‘enkelvoudige’ meningsverschil. Door de loop van de geschiedenis, met oorlogen en grote politieke verschuivingen, werd het meningsverschil steeds belangrijker en kwam volledig tussen joden en christenen in te staan. Niet alleen het wederzijdse begrip werd daardoor praktisch onmogelijk, maar ook het begrip van elkaars achtergronden. Zo ontstond het gefixeerde idee van jodendom en christendom als totaal verschillende, onveranderlijke grootheden. Die patstelling te doorbreken werd een hoofddoel van de dialoog waar joden en christenen zich in de vorige eeuw aan gingen wagen. Vandaar het belang van de dialoog voor ons begrip van onze kerntekst en andere oude bronnen.

In de dialoog gaat het dus om veel meer dan een beleefd uitwisselen van theologische en historische wetenswaardigheden. Het gaat om een diepgaande verandering in de houding tegenover onze gesprekspartner. Wie zich werkelijk openstelt voor de ander, gaat ook zichzelf anders zien. De joodse classicus David Flusser, kenner van het vroege jodendom en christendom, was geen diplomaat maar wel een scherpzinnig denker. Na afloop van een seminar bij hem thuis legde hij ons studenten eens uit hoe het zit met de zogenaamde dialoog. Joden en christenen kunnen alleen tot elkaar komen, zei hij, wanneer zij beiden boven zichzelf uitstijgen en de hoge berg beklimmen die tussen hen in staat – en staande bij het hekje van zijn voortuin liet hij beeldend zijn handen van twee kanten omhoog klimmen.

Leren in het perspectief van de dialoog tussen joden en christenen: het is een positieve uitdaging. Als wij dat aandurven, als wij ons open durven stellen voor de werkelijkheid van de ander, zullen wij ook onszelf anders leren zien en zelf anders worden. Wij zullen niet alleen dichter bij onze hedendaagse joodse gesprekspartners kunnen komen, maar ook bij de oorsprongen van ons eigen bestaan als christenen: bij Jezus en Paulus in hun joodse omgeving. Wie durft?

 

 

 

 

1.1 Woord vooraf 1.2 Inleiding 1.3 Stelling 1 1.4 1e geloofsgesprek